De Raad voor de Kinderbescherming verzocht op 2 juni 2023 bij de rechtbank Rotterdam om ondertoezichtstelling van drie minderjarige kinderen, geboren in 2005, 2010 en 2017, vanwege ernstige bedreiging van hun ontwikkeling door de opvoedsituatie bij de moeder. De moeder oefent het ouderlijk gezag uit en de kinderen wonen bij haar.
Tijdens de mondelinge behandeling op 21 juni 2023, die met gesloten deuren plaatsvond, waren vertegenwoordigers van de Raad en de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond aanwezig. De moeder was niet verschenen, hoewel zij was opgeroepen. De kinderen konden hun mening kenbaar maken.
De kinderrechter constateerde op basis van de stukken en de mondelinge behandeling dat de kinderen langdurig onveiligheid en instabiliteit hebben ervaren, waaronder blootstelling aan huiselijk geweld, financiële problemen en problemen met huisvesting. Daarnaast zijn er specifieke zorgen over het gedrag en de stemming van de jongere kinderen. Hulpverlening in het vrijwillig kader bleek onvoldoende effectief en de moeder is onvoldoende in staat om de bedreigingen weg te nemen.
De kinderrechter besloot daarom tot ondertoezichtstelling: het oudste kind tot aan haar meerderjarigheid en de twee jongere kinderen voor de duur van een jaar. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Gedurende de ondertoezichtstelling zal de jeugdbeschermer de moeder ondersteunen en de ontwikkeling van de kinderen monitoren, met inzet van noodzakelijke hulpverlening.