Tur-Ned International Trading B.V. vordert betaling van openstaande facturen van twee voormalige klanten, [bedrijf01] en [bedrijf02], die hun ondernemingen in december 2021 aan nieuwe entiteiten hebben verkocht. Tur-Ned stelt dat de verkoopprijs te laag was, waardoor haar vorderingen niet voldaan konden worden en zij schade leed door onrechtmatig handelen en ongerechtvaardigde verrijking van gedaagden.
De rechtbank stelt vast dat Tur-Ned onvoldoende feiten en bewijs heeft geleverd om aan te tonen dat de ondernemingen voor een aanzienlijk hogere prijs verkocht hadden kunnen worden. De stellingen over potentiële kopers en hogere waarderingen zijn onvoldoende concreet en onderbouwd. Daarnaast is gebleken dat preferente schuldeisers, zoals de Belastingdienst, een veel hogere vordering hadden dan de verkoopprijs, waardoor Tur-Ned pas na voldoening van deze schuldeisers zou kunnen delen in de opbrengst.
De rechtbank oordeelt dat Tur-Ned haar stelplicht niet heeft vervuld en dat haar schade niet is komen vast te staan. De vorderingen worden daarom afgewezen. De rechtbank wijst ook op het lopende curatoronderzoek naar mogelijke benadeling bij de overdracht, dat los staat van deze procedure. Tur-Ned wordt veroordeeld in de proceskosten.