Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
- de advocaat van de vader.
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
- griffierecht € 86,-
- de eigen bijdrage in de advocaatkosten ter hoogte van € 159,-
Rechtbank Rotterdam
De moeder en vader zijn gezamenlijk ouderlijk gezag over hun minderjarige kinderen, die bij de moeder verblijven. De moeder vordert vervangende toestemming om met de kinderen in juli/augustus 2023 vier weken naar Marokko te reizen. De vader weigert toestemming te geven uit vrees dat de moeder een echtscheidingsprocedure in Marokko start en vanwege het verstrekken van een kopie van zijn paspoort.
De rechtbank stelt vast dat de spoedeisendheid van de vordering vaststaat en dat het geschil onder artikel 1:253a BW valt, waarbij de rechter beslist wat in het belang van de kinderen is. De voorzieningenrechter concludeert dat de argumenten van de vader onvoldoende zijn en dat er geen uitzonderingsgronden zijn die tegen de vakantie spreken.
De vordering wordt daarom toegewezen. De vader wordt veroordeeld in de proceskosten, omdat zijn opstelling de moeder noodzaakte het kort geding aan te spannen, wat als misbruik van recht wordt aangemerkt. De kosten worden begroot op €245, exclusief eventuele tenuitvoerleggingskosten.
Uitkomst: De moeder krijgt vervangende toestemming om met de minderjarige kinderen vier weken naar Marokko te reizen.