De moeder vordert in kort geding dat de vader wordt veroordeeld tot nakoming van de overeengekomen omgangsregeling met hun minderjarige kind. De omgangsregeling voorziet in bezoek van vader eens per twee weken van vrijdagmiddag tot zondagavond en een woensdagmiddag zonder overnachting.
De vader is sinds april 2023 de woensdagmiddagomgang niet nagekomen nadat de moeder eenmalig een woensdagmiddagomgang had geweigerd vanwege een incident. Tijdens de mondelinge behandeling op 14 juni 2023 bevestigen partijen het belang van omgang en spreken zij af de regeling opnieuw na te leven, met ruimte voor onderling overleg bij conflicten.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de omgangsregeling moet worden nagekomen omdat geen feiten zijn gesteld die nakoming in het belang van het kind verhinderen. Een dwangsom wordt niet opgelegd omdat vader heeft toegezegd mee te werken. De proceskosten worden gecompenseerd, ieder draagt eigen kosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.