Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
- de moeder in persoon, bijgestaan door mr. M.M.J. Bos;
- de vader in persoon, bijgestaan door mr. J.F. van Duin.
Rechtbank Rotterdam
Partijen, de moeder en de vader, hebben samen twee zonen. De moeder heeft het eenhoofdig gezag over beide kinderen en de hoofdverblijfplaats van de jongste zoon is bij haar. Er is een omgangsregeling waarbij de zoon eens per twee weken een weekend bij de vader verblijft. Sinds eind januari 2023 woont de zoon echter bij de vader en is niet teruggekeerd naar de moeder.
De vader heeft een verzoek ingediend tot gezamenlijk gezag en wijziging van de gewone verblijfplaats van de zoon. De moeder vordert in kort geding dat de vader het kind binnen 48 uur aan haar afgeeft. De vader betwist het spoedeisend belang van deze vordering.
De voorzieningenrechter overweegt dat een kort geding alleen geschikt is als er sprake is van een spoedeisende zaak die onmiddellijke voorziening vereist en dat de moeder niet kan worden gevergd de bodemprocedure af te wachten. Uit de stukken en mondelinge behandeling blijkt dat de zoon al maanden bij de vader woont en de moeder pas recent een terugkeer wenst, zonder aannemelijke reden voor de spoedeisendheid. Daarom wordt de vordering afgewezen en worden de proceskosten gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De vordering tot onmiddellijke teruggave van het kind wordt afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang.