ECLI:NL:RBROT:2023:6524

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
26 juni 2023
Publicatiedatum
23 juli 2023
Zaaknummer
C/10/658888 / KG ZA 23-472
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Proces-verbaal
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:253a BWArt. 29a Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vervangende toestemming voor zomervakantie met minderjarige dochter naar Tsjechië

De moeder en vader hebben gezamenlijk gezag over hun dochter, geboren in 2021. De moeder wenst met de dochter op zomervakantie naar Tsjechië te gaan van 16 tot 30 juli 2023, maar de vader weigert hiervoor toestemming te geven. De vader stelt dat de moeder moeilijk doet bij omgangsregelingen en daarom niet wil meewerken.

De voorzieningenrechter beoordeelt dat het geschil valt onder artikel 1:253a BW, dat voorziet in rechterlijke beslissing bij onenigheid over uitoefening van gezamenlijk gezag. De spoedeisendheid van de vordering is vastgesteld vanwege de aanstaande vakantieperiode.

Na beoordeling van de feiten en argumenten concludeert de rechter dat er geen gegronde redenen zijn om de toestemming te weigeren. Er is geen sprake van belangen die de vakantie in het belang van het kind zouden schaden. De vordering tot vervangende toestemming wordt daarom toegewezen. De moeder heeft haar vordering tot afgifte van het identiteitsbewijs ingetrokken. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij zijn eigen kosten draagt. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De voorzieningenrechter verleent de moeder vervangende toestemming om met haar dochter van 16 tot 30 juli 2023 op vakantie te gaan naar Tsjechië.

Uitspraak

proces-verbaal

RECHTBANK ROTTERDAM

Team familie
zaaknummer / rolnummer: C/10/658888 / KG ZA 23-472

Proces-verbaal van de zitting in kort geding van 26 juni 2023

in de zaak van

[eiseres01] ,

woonplaats: [woonplaats01] ,
eiseres,
advocaat mr. J. van Dijk,
tegen

[gedaagde01] ,

woonplaats: [woonplaats02] ,
gedaagde,
verschenen in persoon.
Partijen worden hierna de moeder en de vader genoemd.
Aanwezig is mr. M.C. van der Kolk, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. S.M.C. van Papenrecht, griffier.
Verschenen zijn:
  • de moeder in persoon, bijgestaan door mr. J. van Dijk en een tolk;
  • de vader in persoon.
Nadat partijen hun standpunten hebben toegelicht, over en weer hebben gereageerd op de standpunten van de wederpartij en vragen van de voorzieningenrechter hebben beantwoord, heeft de voorzieningenrechter de zitting korte tijd geschorst. Na hervatting van de zitting heeft de voorzieningenrechter met toepassing van artikel 29a Rv mondeling uitspraak gedaan. Deze luidt als volgt.

1. De beoordeling

1.1.
Partijen hebben een affectieve relatie met elkaar gehad en hebben samen een dochter: [kind01] , geboren op [geboortedatum01] 2021 in [geboorteplaats01] . Ouders hebben gezamenlijk gezag over [kind01] .
1.2.
In deze zaak gaat het om de vraag of de voorzieningenrechter vervangende toestemming moet verlenen aan de moeder zodat de moeder met [kind01] op zomervakantie kan. Het is een oneven jaar waardoor moeder 1e keus heeft voor de verdeling van de zomervakantie. De moeder wenst de zomervakantie als volgt te verdelen:
  • 8 juli 2023 tot 16 juli 2023 (09:00 uur) is [kind01] bij de vader;
  • 16 juli 2023 (09:00 uur) tot en met 31 juli 2023 is [kind01] bij de moeder, waarbij de moeder [kind01] op 31 juli 2023 in de ochtend naar de kinderopvang brengt;
  • 31 juli 2023 vanuit de kinderopvang tot 14 augustus 2023 is [kind01] bij de vader, waarbij de vader [kind01] op 14 augustus in de ochtend naar de kinderopvang brengt;
  • 14 augustus 2023 vanuit de kinderopvang tot en met 20 augustus 2023 is [kind01] bij de moeder.
De moeder wil van 16 juli 2023 tot en met 30 juli 2023 met [kind01] op vakantie naar Tsjechië. De vader heeft tot op heden geweigerd zijn toestemming te verlenen voor de vakantie. De vader wil dat de voorzieningenrechter de vordering van moeder afwijst. De vader stelt dat als hij met [kind01] omgang of op vakantie wil, moeder vaak moeilijk doet. Hij stelt om die reden dan ook nu niet te willen meewerken aan het voorstel van de moeder dat volgens hem oneerlijk is.
1.3.
Gelet op de periode waarop de moeder met [kind01] naar Tsjechië wil afreizen, staat de spoedeisendheid van de vordering vast. De moeder is daarom ontvankelijk in haar vordering.
1.4.
Als uitgangspunt geldt dat het geschil dat in deze procedure aan de voorzieningenrechter wordt voorgelegd, betrekking heeft op de uitoefening van het ouderlijk gezag, omdat de ouders van [kind01] samen het gezag over haar uitoefenen en zij het niet eens zijn over de geplande vakantie van de moeder en [kind01] naar Tsjechië. Een dergelijk geschil valt onder de reikwijdte van artikel 1:253a BW. Dit artikel regelt dat als ouders samen het gezag uitoefenen, maar het over de uitoefening daarvan niet eens worden, de (voorzieningen)rechter een beslissing neemt. De voorzieningenrechter zal bij de toepassing van dit artikel beslissen wat zij in het belang van [kind01] wenselijk vindt.
1.5.
Hoewel het in het algemeen belang van [kind01] is, als zij op vakantie kan met haar ouders, kunnen daarop uitzonderingen zijn, indien bijvoorbeeld de ouder die met [kind01] op vakantie wil niet in staat is om goed voor [kind01] te zorgen, wanneer er een gegronde vrees zou zijn voor ontvoering van [kind01] door de ouder of wanneer een vakantie in strijd is met de tussen partijen gemaakte afspraken over de zorg- en contactregeling.
1.6.
Op grond van alle overgelegde stukken en hetgeen tijdens de mondelinge behandeling is verteld komt de voorzieningenrechter tot de conclusie dat de argumenten van de vader om geen toestemming te geven onvoldoende zijn en dat er geen uitzonderingsgronden zijn. Uit niets blijkt dat de door de moeder gewenste vakantie niet in het belang van [kind01] is. De voorzieningenrechter wijst daarom de vordering tot vervangende toestemming toe.
1.7.
De andere vordering van de moeder tot afgifte van het identiteitsbewijs, is door de moeder tijdens de mondelinge behandeling ingetrokken zodat deze niet inhoudelijk wordt beoordeeld.
1.8.
Gelet op de relatie die tussen partijen heeft bestaan, worden de proceskosten tussen hen gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
1.9.
De voorzieningenrechter verklaart de beslissing, gelet op de aard van de vordering en in lijn met de vordering, uitvoerbaar bij voorraad. Dat betekent dat de beslissing alvast moet worden gevolgd, ook als er hoger beroep wordt ingesteld tegen deze beslissing.
2. De beslissing
De voorzieningenrechter:
2.1.
verleent - ter vervanging van de ontbrekende toestemming van de vader - toestemming aan de moeder om van 16 juli 2023 tot en met 30 juli 2023 met [kind01] af te reizen naar Tsjechië en aldaar ook te verblijven;
2.2.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
2.3.
compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;
2.4.
wijst af wat meer of anders is gevorderd.
Dit proces-verbaal is op 26 juni 2023 opgemaakt en ondertekend door de voorzieningenrechter.
3498/425