Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
- de moeder in persoon, bijgestaan door mr. T. Grootenhuis;
- de vader in persoon.
Rechtbank Rotterdam
De moeder en vader zijn gezamenlijk gezagdragers over hun dochter, geboren in 2017. De moeder verzocht de voorzieningenrechter om vervangende toestemming om met de dochter naar Disneyland Parijs te reizen van 16 tot en met 18 juni 2023, omdat de vader zijn toestemming niet gaf.
De voorzieningenrechter stelde vast dat de spoedeisendheid van de vordering vaststaat vanwege de korte termijn tot vertrek. Op grond van artikel 1:253a BW kan de voorzieningenrechter in dit soort geschillen een beslissing nemen in het belang van het kind. De rechter overwoog dat toestemming van de vader noodzakelijk is bij gezamenlijk gezag, maar dat het in het algemeen belang van het kind is om met haar ouders op vakantie te kunnen gaan.
Hoewel de vader zorgen uitte op basis van een raadsrapport en de recente beenbreuk van het kind, was er geen sprake van uitzonderingssituaties zoals ontvoeringsgevaar of ongeschiktheid van de moeder. De moeder had maatregelen getroffen om het vervoer en verblijf van het kind met gips zo comfortabel mogelijk te maken. De rechter achtte het belang van het kind gediend met de vakantie en wees de vordering toe. De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en de proceskosten zijn tussen partijen gecompenseerd.
Uitkomst: Moeder krijgt vervangende toestemming om met haar dochter naar Disneyland Parijs te reizen van 16 tot 18 juni 2023.