ECLI:NL:RBROT:2023:6532
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening ter opschorting ontruiming en verlenging huurovereenkomst
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd op grond van artikel 287b Faillissementswet om de ontruiming van zijn huurwoning op te schorten. De ontruiming was bevolen in een vonnis van 7 april 2023. Verzoeker is tijdens de coronapandemie van werkgever veranderd en heeft sinds februari 2023 een fulltime dienstverband met voldoende inkomen om de huur te betalen.
De verhuurder stelde dat verzoeker een huurachterstand van negentien maanden had en afspraken niet nakwam, waardoor geen vertrouwen bestond in nakoming. De rechtbank oordeelde dat sprake is van een bedreigende situatie omdat de ontruiming dreigde plaats te vinden. De belangenafweging tussen verzoeker en verhuurder leidde tot toewijzing van de voorlopige voorziening omdat verzoeker inmiddels de lopende huurtermijnen betaalt en budgetbeheer is ingesteld.
De voorziening geldt voor zes maanden en wordt gekoppeld aan de voorwaarde dat de lopende termijnen tijdig worden voldaan. Tevens verklaarde de rechtbank verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling ex artikel 284, tweede lid, Fw, omdat het minnelijk traject nog niet is afgerond. Verzoeker kan later een nieuw verzoek indienen.
Uitkomst: De rechtbank wijst de voorlopige voorziening toe die de ontruiming opschort en de huurovereenkomst verlengt voor zes maanden onder voorwaarde van tijdige betaling.