Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd op grond van artikel 287b Faillissementswet om de ontruiming van zijn huurwoning te voorkomen. Hij heeft financiële problemen door verliezen op cryptomunten en erkent hulp nodig te hebben. Schuldhulpverlening zal budgetbeheer op korte termijn starten. Verzoeker beschikt over een inkomen uit arbeid en zijn partner ontvangt een Wajong-uitkering, plus huurtoeslag.
Verweerster stelt dat er een aanzienlijke huurachterstand is, ondanks een gedeeltelijke betaling en gemaakte afspraken, en dat de ontruiming terecht is aangekondigd. De rechtbank beoordeelt dat sprake is van een bedreigende situatie omdat de ontruiming gepland staat.
De rechtbank weegt het belang van verzoeker om in zijn woning te blijven en schuldhulpverlening te doorlopen tegen het belang van verweerster om het vonnis uit te voeren. Gezien de voldoende inkomsten en de toezegging van budgetbeheer acht de rechtbank aannemelijk dat lopende huurtermijnen betaald kunnen worden. Daarom weegt het belang van verzoeker zwaarder.
De voorlopige voorziening wordt toegekend voor zes maanden, met de voorwaarde dat de huur over juni 2023 uiterlijk 8 juni wordt voldaan en de daaropvolgende termijnen steeds vóór de eerste van de maand. Tevens wordt verzoeker niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling ex artikel 284, tweede lid, Fw, met de mogelijkheid een nieuw verzoek in te dienen.
De rechtbank bepaalt dat de ontruiming wordt opgeschort en de huurovereenkomst wordt verlengd voor de duur van de voorziening, met rapportageverplichting voor schuldhulpverlening.