De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond verzocht om verlenging van de ondertoezichtstelling van twee minderjarige kinderen, die wonen bij hun vader. De ouders oefenen gezamenlijk het gezag uit, maar kampen met ernstige communicatieproblemen en conflicten die de ontwikkeling van de kinderen bedreigen.
De moeder stemde in met het verzoek en erkende de noodzaak van hulpverlening, terwijl de vader het belang van de ondertoezichtstelling betwistte en weigerde medewerking aan verdere hulpverlening. De kinderen vertonen zorgelijke signalen, met name het oudste kind, dat specialistische hulp nodig heeft.
De kinderrechter concludeerde dat de situatie van de kinderen nog steeds ernstig bedreigd wordt door de scheidingsproblematiek en het disfunctioneren van de ouders in hun gezamenlijke gezag. Daarom werd de ondertoezichtstelling verlengd voor zes maanden en het resterende verzoek aangehouden om de voortgang te monitoren.