Eiser kreeg een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd omdat zijn auto op 1 november 2021 zonder betaling geparkeerd stond op de Noordsingel te Rotterdam. Eiser stelde dat een storing bij de parkeerautomaat hem verhinderde direct te betalen en dat hij later alsnog parkeergeld heeft voldaan. De gemeente stelde dat er geen storing was en dat betaling pas 13 minuten na constatering was gedaan, bovendien in de verkeerde zone.
De rechtbank oordeelde dat de weigering van de automaat te wijten was aan een probleem met de betaalpas van eiser en niet aan een storing van de automaat. Eiser had voldoende middelen bij zich moeten hebben om te betalen. Ook is vastgesteld dat eiser niet naar de dichtstbijzijnde automaat is gegaan en pas na 13 minuten betaalde, waardoor niet onverwijld is betaald.
Daarnaast betaalde eiser voor een andere zone met een lager tarief dan waar hij geparkeerd stond. De rechtbank wees het beroep af, stellende dat de naheffingsaanslag forfaitair kan worden geheven op basis van een uur parkeertijd, ook als gedeeltelijk is betaald. Er is geen aanleiding voor proceskostenvergoeding of terugbetaling van griffierecht.