ECLI:NL:RBROT:2023:6839

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
14 juli 2023
Publicatiedatum
31 juli 2023
Zaaknummer
10044123 / CV EXPL 22-24603
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 233 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vonnis met betalingsregeling in incassozaken Intrum Nederland tegen gedaagde zonder vaste verblijfplaats

Intrum Nederland heeft een incassoprocedure gestart tegen een gedaagde zonder bekende woon- of verblijfplaats. Na een eerste mondelinge behandeling waarbij partijen niet verschenen, is een nieuwe zitting gepland. Partijen bereikten echter zelf een betalingsregeling die zij aan de rechtbank voorlegden.

De kantonrechter heeft de gemaakte afspraken overgenomen en vastgesteld dat gedaagde het totale bedrag van €1.748,01 in maandelijkse termijnen van €25,00 mag voldoen. Dit bedrag bestaat uit hoofdsom, incassokosten, wettelijke rente, dagvaardingskosten, griffierecht en salaris gemachtigde.

Het vonnis bepaalt dat twee termijnen per 1 augustus 2023 voldaan moeten zijn en verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad. De proceskosten worden aan gedaagde opgelegd als de in het ongelijk gestelde partij.

De kantonrechter wijst alle overige vorderingen af en legt de betalingsregeling vast in het vonnis, waarmee een snelle en praktische oplossing is bereikt zonder verdere zitting.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €1.748,01 aan Intrum Nederland in maandelijkse termijnen van €25,00, met een uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 10044123 / CV EXPL 22-24603
datum uitspraak: 14 juli 2023
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
Intrum Nederland B.V.,
statutair gevestigd in Amersfoort,
eiseres,
gemachtigde: Gerechtsdeurwaarderskantoor Vermeer Schutte & Musen te Den Helder,
tegen
[gedaagde01],
zonder bekende woon- en/of verblijfplaats in Nederland of daarbuiten,
gedaagde,
die zelf procedeert.
De partijen worden hierna ‘Intrum Nederland’ en ‘ [gedaagde01] ’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • de dagvaarding van 20 juli 2022, met bijlagen;
  • het antwoord.
1.2.
Op 11 april 2023 heeft in deze zaak een mondelinge behandeling plaatsgevonden. Partijen zijn toen niet verschenen. De kantonrechter heeft daarop besloten om een nieuwe mondelinge behandeling te gelasten, die op 15 augustus 2023 is gepland. Intrum Nederland heeft in haar e-mail van 11 juli 2023 echter laten weten dat partijen zelf tot een oplossing zijn gekomen en dat zij vragen om de afspraken die zij hebben gemaakt op te nemen in een vonnis of proces-verbaal. Uit een e-mail van 9 juni 2023 blijkt dat [gedaagde01] hiermee akkoord gaat. De geplande mondelinge behandeling gaat daarom niet door en in plaats daarvan wordt dit vonnis gewezen.

2.De beoordeling

2.1.
Uit de e-mails die door Intrum Nederland aan de kantonrechter zijn toegestuurd, blijkt dat partijen hebben afgesproken dat [gedaagde01] het totale aan Intrum Nederland verschuldigde bedrag van € 1.748,01 in termijnen van € 25,00 per maand aan Intrum Nederland mag betalen. Het totale door [gedaagde01] aan Intrum Nederland verschuldigde bedrag bestaat uit € 981,21 aan hoofdsom, € 147,18 aan vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten, € 36,06 aan wettelijke rente berekend tot 13 juli 2022, € 129,56 aan dagvaardingskosten, € 322,00 aan griffierecht en € 132,00 aan salaris voor de gemachtigde van Intrum Nederland (één punt). [gedaagde01] moet de proceskosten van Intrum Nederland betalen, omdat hij heeft te gelden als de in het ongelijk gestelde partij.
2.2.
De kantonrechter zal [gedaagde01] veroordelen om het hiervoor genoemde bedrag van € 1.748,01 aan Intrum Nederland te betalen en daarbij bepalen dat [gedaagde01] dit bedrag in termijn van € 25,00 per maand aan Intrum Nederland mag betalen, met de bepaling dat - gelet op de tussen partijen gemaakte afspraken en de datum van dit vonnis - op 1 augustus 2023 twee termijnen van ieder € 25,00 door [gedaagde01] aan Intrum Nederland moeten zijn betaald.
2.3.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard (artikel 233 Rv Pro).

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt [gedaagde01] om aan Intrum Nederland te betalen € 1.748,01;
3.2.
bepaalt dat Intrum Nederland de hiervoor genoemde bedragen niet kan opeisen zolang [gedaagde01] elke maand voor de eerste dag van de maand € 25,00 aflost (aan de deurwaarder op rekeningnummer [iban_nummer01] ten name van Gerechtsdeurwaarderskantoor Vermeer Schutte & Musen onder vermelding van dossiernummer 2206188), met de bepaling dat op 1 augustus 2023 twee termijnen van ieder € 25,00 door [gedaagde01] aan Intrum Nederland moeten zijn betaald;
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.4.
wijst al het andere af.
Dit vonnis is gewezen door mr. K.J. Bezuijen en in het openbaar uitgesproken.
38671