Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 20 juli 2022, met bijlagen;
- het antwoord.
Rechtbank Rotterdam
Intrum Nederland heeft een incassoprocedure gestart tegen een gedaagde zonder bekende woon- of verblijfplaats. Na een eerste mondelinge behandeling waarbij partijen niet verschenen, is een nieuwe zitting gepland. Partijen bereikten echter zelf een betalingsregeling die zij aan de rechtbank voorlegden.
De kantonrechter heeft de gemaakte afspraken overgenomen en vastgesteld dat gedaagde het totale bedrag van €1.748,01 in maandelijkse termijnen van €25,00 mag voldoen. Dit bedrag bestaat uit hoofdsom, incassokosten, wettelijke rente, dagvaardingskosten, griffierecht en salaris gemachtigde.
Het vonnis bepaalt dat twee termijnen per 1 augustus 2023 voldaan moeten zijn en verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad. De proceskosten worden aan gedaagde opgelegd als de in het ongelijk gestelde partij.
De kantonrechter wijst alle overige vorderingen af en legt de betalingsregeling vast in het vonnis, waarmee een snelle en praktische oplossing is bereikt zonder verdere zitting.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €1.748,01 aan Intrum Nederland in maandelijkse termijnen van €25,00, met een uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis.