ECLI:NL:RBROT:2023:6846

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
21 juli 2023
Publicatiedatum
31 juli 2023
Zaaknummer
10374702 / CV EXPL 23-6477
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 143 lid 2 RvArt. 143 lid 3 RvArt. 144 sub d RvArt. 6 EVRM
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen verstekvonnis ontbinding huurovereenkomst woonruimte

De zaak betreft een verzetprocedure van een huurder tegen een verstekvonnis van 27 januari 2017 waarin de huurovereenkomst met Stichting Hef Wonen is ontbonden en de huurder is veroordeeld tot ontruiming en betaling van achterstallige huur.

Vestia stelt dat het verzet te laat is ingesteld omdat de verzettermijn van vier weken zou zijn ingegaan op de datum van ontruiming van de woning, 4 april 2017. De kantonrechter oordeelt echter dat toepassing van deze termijn in dit geval onredelijk is, mede omdat de huurder niet persoonlijk is betekend en niet in de woning verbleef bij ontruiming.

Verder is onduidelijk wanneer de verzettermijn wel is ingegaan, omdat de huurder pas in december 2022 contact opnam en de stukken per e-mail ontving. De kantonrechter acht nadere informatie nodig over de bekendheid van de huurder met het vonnis en de tenuitvoerlegging en wil de zaak met partijen bespreken tijdens een mondelinge behandeling.

Tijdens deze zitting zal ook de inhoud van het geschil worden besproken, waaronder de gestelde opzegging kort na het aangaan van de huurovereenkomst. De kantonrechter nodigt partijen uit om beschikbaarheid door te geven voor een zitting in de komende maanden en houdt verdere beslissing aan.

Uitkomst: De kantonrechter houdt de zaak aan en plant een mondelinge behandeling om de ontvankelijkheid en inhoud van het verzet te bespreken.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 10374702 / CV EXPL 23-6477
datum uitspraak: 21 juli 2023 (bij vervroeging)
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
Stichting Hef Wonen (voorheen Stichting Vestia),
gevestigd in Rotterdam,
eiseres,
gemachtigde: Bazuin & Partners Gerechtsdeurwaarders te Rotterdam,
tegen
[gedaagde01],
wonende in [woonplaats01] ,
gedaagde,
gemachtigde: mr. S.E.C. Segeren-Krijnen te Breda.
De partijen worden hierna ‘Vestia’ en ‘ [gedaagde01] ’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • de dagvaarding van 23 december 2016, met bijlagen;
  • het verstekvonnis van deze rechtbank van 27 januari 2017 met zaaknummer 5612595 \ CV EXPL 16-16-53813;
  • de verzetdagvaarding van 27 februari 2023, met bijlagen;
  • het antwoord in verzet, met bijlagen;
  • de repliek in verzet.

2.De beoordeling

Waar gaat de zaak over?
2.1.
[gedaagde01] huurde de woning aan het adres [adres01] in Rotterdam van Vestia. In een verstekvonnis van 27 januari 2017 van deze rechtbank met zaaknummer 5612595 \ CV EXPL 16-16-53813 is - samengevat weergegeven - de huurovereenkomst tussen Vestia en [gedaagde01] met betrekking tot de woning ontbonden, [gedaagde01] veroordeeld om de woning te ontruimen en [gedaagde01] veroordeeld om € 1.678,82 aan achterstallige huur berekend tot en met de maand december 2016 en rente aan Vestia te betalen. [gedaagde01] is het niet eens met het verstekvonnis en daarom komt hij daar in deze zaak tegen in verzet. Vestia is echter van mening dat [gedaagde01] te laat is met het instellen van verzet en dat [gedaagde01] daarom niet-ontvankelijk moet worden verklaard. Voor zover [gedaagde01] wel ontvankelijk zou zijn in zijn verzet, is Vestia van mening dat het verstekvonnis moet worden bekrachtigd.
De kantonrechter wil de zaak met partijen bespreken.
2.2.
De kantonrechter moet eerst beoordelen of [gedaagde01] op tijd verzet heeft ingesteld. Pas als die vraag bevestigend kan worden beantwoord, wordt het verzet inhoudelijk beoordeeld.
2.3.
Vestia stelt zich in de eerste plaats op het standpunt dat de verzettermijn van vier weken op 4 april 2017 is ingegaan, omdat de woning toen is ontruimd (artikel 143 lid 3 Rv Pro in samenhang met artikel 144 sub d Rv Pro). In principe is [gedaagde01] op grond hiervan inderdaad te laat met het instellen van verzet. Onverkorte toepassing van deze regels kan er onder omstandigheden echter toe leiden dat niet wordt voldaan aan de eisen van een eerlijk proces als bedoeld in artikel 6 EVRM Pro en wel in het bijzonder het recht op toegang tot de rechter. Of hiervan sprake is, moet worden beoordeeld aan de hand van een belangenafweging. Uitgegaan van de omstandigheden van dit geval - waaronder het gegeven dat zowel de inleidende dagvaarding als het verstekvonnis niet in persoon aan [gedaagde01] zijn betekend en dat onweersproken is gebleven dat [gedaagde01] op het moment van tenuitvoerlegging van dat vonnis niet in de woning verbleef - valt de belangenafweging uit in het voordeel van [gedaagde01] en kan artikel 143 lid 3 Rv Pro in samenhang met artikel 144 sub d Rv Pro niet onverkort worden toegepast. Het feit dat de woning op 4 april 2017 is ontruimd, leidt er in deze zaak daarom niet toe dat [gedaagde01] te laat is met het instellen van verzet.
2.4.
Vestia heeft verder onweersproken gesteld dat [gedaagde01] op 16 december 2022 telefonisch contact met haar gemachtigde heeft opgenomen en dat haar gemachtigde vervolgens dezelfde dag nog alle relevante stukken - waaronder de dagvaarding, het verstekvonnis en het betekeningsexploot daarvan - naar het door [gedaagde01] opgegeven e-mailadres heeft verstuurd. Gelet op het voorgaande is de verzettermijn van vier weken volgens Vestia op 16 december 2022 ingegaan, omdat [gedaagde01] op dat moment bekend raakte met het vonnis (artikel 143 lid 2 Rv Pro). De kantonrechter volgt Vestia niet zondermeer in dit standpunt. De enkele omstandigheid dat alle relevante stukken op 16 december 2022 naar het door [gedaagde01] opgegeven e-mailadres zijn verstuurd, dwingt namelijk nog niet tot de conclusie dat [gedaagde01] op dat moment over voldoende gegevens met betrekking tot (de inhoud van) zijn veroordeling beschikte om zich daartegen tijdig en adequaat te kunnen verzetten en dat is wel vereist (zie de uitspraak van de Hoge Raad van 9 oktober 2009, ECLI:NL:HR:2009:BJ0652). Op basis van de feiten en omstandigheden die de kantonrechter op dit moment bekend zijn, kan de kantonrechter nog niet beoordelen of [gedaagde01] op 16 december 2022 een daad van bekendheid met het verstekvonnis en/of met de aangevangen tenuitvoerlegging van het verstekvonnis heeft gepleegd. De kantonrechter heeft hiervoor nadere inlichtingen van partijen nodig, met name met betrekking tot wat precies tijdens het telefoongesprek op 16 december 2022 is besproken. Daarom wil de kantonrechter de zaak met partijen bespreken tijdens een mondelinge behandeling.
2.5.
Tijdens de mondelinge behandeling zal de kantonrechter partijen ook over de inhoud van de zaak bevragen. Na alle processtukken te hebben bestudeerd, heeft de kantonrechter daar namelijk ook vragen over. Dat gaat dan - onder meer - over de door [gedaagde01] gestelde opzegging in de eerste maand na het sluiten van de huurovereenkomst tussen partijen en wat daarna al dan niet is gebeurd. Verder krijgen partijen tijdens de mondelinge behandeling de mogelijkheid om hun kant van het verhaal te vertellen en onderzoekt de kantonrechter of partijen samen tot een oplossing kunnen komen.
2.6.
Bij het plannen van de zitting wil de rechtbank zoveel mogelijk rekening houden met de agenda van partijen. Daarom wordt nu eerst aan partijen gevraagd de kantonrechter te laten weten op welke ochtenden en/of middagen in de maanden september, oktober en november 2023 zij echt niet naar een zitting kunnen komen. Ook wil de kantonrechter graag de e-mailadressen van partijen ontvangen.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
bepaalt dat partijen uiterlijk op
woensdag 2 augustus 2023moeten laten weten op welke ochtenden/middagen in de maanden september, oktober en november 2023 zij echt niet naar een zitting kunnen komen en hun e-mailadres moeten opgeven;
3.2.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. B.J.R. van Tongeren en in het openbaar uitgesproken.
38671