ECLI:NL:RBROT:2023:6853
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing van het verzet tegen dwangbevel voor achterstallige pensioenpremies
Eind januari 2023 stuurde de Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor de Rijn- en Binnenvaart een factuur van €8.943,38 aan eiseres. Eiseres gaf aan de factuur niet in één keer te kunnen betalen en bood een maandelijkse aflossing van €500 aan. De Stichting legde dit aanbod voor aan haar bestuur, maar stuurde vervolgens een aanmaning en liet op 24 april 2023 een dwangbevel betekenen.
Eiseres verzet zich tegen het dwangbevel en vordert vernietiging, stellende dat er duidelijke afspraken zijn gemaakt en dat zij nakomt, en dat de Stichting misbruik van procesrecht maakt. De rechtbank verleent verstek tegen de Stichting wegens niet verschijnen en verklaart eiseres ontvankelijk.
De kantonrechter oordeelt dat er geen sprake is van een geldige betalingsregeling en dat de Stichting terecht het dwangbevel heeft uitgevaardigd conform artikel 21 Wet Pro Bpf 2000. Het verzet wordt afgewezen. Ook de stelling dat de buitengerechtelijke incassokosten onredelijk hoog zijn, wordt niet onderbouwd en afgewezen. De claim over het ontbreken van een btw-nummer wordt niet onderbouwd en leidt niet tot vernietiging van het dwangbevel.
De rechtbank ziet geen juridische consequenties in het verzoek om bewijs dat eiseres onder de werkingssfeer van het pensioenfonds valt. De eis wordt afgewezen en het dwangbevel blijft in stand.
Uitkomst: Het verzet tegen het dwangbevel wordt afgewezen en het dwangbevel blijft in stand.