Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 30 juni 2023, met producties 1 tot en met 10;
- de conclusie van antwoord.
Rechtbank Rotterdam
Partijen, voormalige partners en gezamenlijk eigenaar van een woning, zijn in geschil over de verkoop van de woning na beëindiging van hun relatie. De man vordert dat de vrouw wordt veroordeeld tot medewerking aan verkoop en overdracht van de woning, inclusief het geven van benodigde toestemmingen en handtekeningen.
De rechtbank overweegt dat een vordering tot verkoop van gemeenschapsgoed in kort geding kan worden toegewezen indien er sprake is van een spoedeisend belang. De man heeft echter onvoldoende feitelijke onderbouwing gegeven voor het spoedeisend belang, terwijl de vrouw een zwaarwegend belang heeft om nog minimaal drie jaar in de woning te verblijven vanwege de schooltijd van hun dochter.
Gezien het ontbreken van een spoedeisend belang wijst de rechtbank de vorderingen af. Gezien de affectieve relatie tussen partijen worden de proceskosten gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De vordering tot medewerking aan verkoop van de woning wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.