Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- verzoekster;
- [naam01] , een vriendin van verzoekster;
- de heer mr. J. Verheij, advocaat van verzoeker, werkzaam bij JAW Advocaten.
Rechtbank Rotterdam
Verzoekster heeft een voorlopige voorziening ex artikel 287b Faillissementswet gevraagd om uitvoering van een ontruimingsvonnis te voorkomen. Zij heeft een betalingsachterstand opgebouwd door depressie, maar inmiddels de huur voor april en mei voldaan. Haar inkomen is voldoende om de huur te betalen en zij volgt een schuldhulpverleningstraject.
De verhuurder, verweerster, is niet verschenen ter zitting. De rechtbank oordeelt dat sprake is van een bedreigende situatie omdat de ontruiming gepland stond. De belangenafweging tussen verzoekster en verweerster leidt tot toewijzing van de voorziening, omdat het belang van verzoekster om in de woning te blijven en het schuldhulpverleningstraject voort te zetten zwaarder weegt.
De voorziening geldt voor zes maanden en wordt gekoppeld aan de voorwaarde dat de lopende termijnen tijdig worden voldaan. Tevens wordt verzoekster niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling ex artikel 284, tweede lid, Fw, maar zij kan later een nieuw verzoek indienen. De huurovereenkomst wordt verlengd voor de duur van de voorziening.
Uitkomst: De rechtbank schort de ontruiming op en verlengt de huurovereenkomst voor zes maanden onder voorwaarde van tijdige betaling.