In deze zaak vordert eiser schorsing van de tenuitvoerlegging van een bodemvonnis waarin hij is veroordeeld tot verwijdering van een schutting die hij op een strook grond heeft geplaatst die als pad dient en waarop een erfdienstbaarheid rust. De schutting vernauwde het pad met circa 50 centimeter, wat inbreuk maakte op het eigendomsrecht van de buren en de erfdienstbaarheid.
Eiser had de schutting na verwijdering herplaatst, deels op het pad, hetgeen tot een executiegeschil leidde. De rechtbank overweegt dat het vonnis uitvoerbaar bij voorraad is, maar dat schorsing mogelijk is indien het belang van de veroordeelde bij behoud van de bestaande toestand zwaarder weegt dan het belang van de wederpartij bij executie.
De rechtbank stelt vast dat eiser de schutting niet volledig conform het vonnis heeft verwijderd, maar dat het pad na herplaatsing weer breed genoeg is voor dagelijks gebruik. Het belang van eiser bij behoud van de huidige situatie weegt zwaarder dan het belang van de buren bij verdere executie zolang het hoger beroep loopt.
De vordering tot schorsing wordt toegewezen en de buren worden veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.