Partijen, ex-partners zonder huwelijk of samenlevingsovereenkomst, zijn gezamenlijk eigenaar van een woning die zij in aanbouw kochten. Na beëindiging van hun relatie is onenigheid ontstaan over de verdeling van de woning en de waarde daarvan.
De man vordert onder meer toedeling van de woning tegen een vastgestelde waarde, betaling van woonlasten en vergoeding van kosten. De vrouw vordert onder meer vaststelling van de gemeenschap en benoeming van een deskundige voor waardebepaling.
De rechtbank oordeelt dat de waarde van de woning opnieuw moet worden vastgesteld door een NWWI-geregistreerde taxateur, gezien het tijdsverloop en uitgevoerde werkzaamheden sinds de eerdere taxatie. De woning wordt toegewezen aan de man, die binnen vier maanden de notariële levering moet regelen onder voorwaarden waaronder de vrouw wordt ontslagen van hoofdelijke aansprakelijkheid en haar aandeel in de overwaarde wordt voldaan.
Vorderingen tot betaling van woonlasten worden afgewezen wegens gebrek aan belang. De vrouw wordt veroordeeld tot betaling van de helft van de kosten van de opleveringskeuring en verlenging van loodslabben, terwijl de vordering van de vrouw tot terugbetaling van bankoverboekingen wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. De vordering tot teruggave van sieraden wordt afgewezen wegens giftkarakter. De gezamenlijke bankrekening wordt aan de man toegedeeld met verplichting tot vergoeding van de vrouw. Proceskosten worden gecompenseerd.