De Staat der Nederlanden vordert terugbetaling van een onverschuldigd betaalde TVL-subsidie van ruim €73.000, die ten onrechte op een bankrekening van gedaagde [gedaagde01] is gestort. De Staat stelt dat sprake is van valsheid in geschrift of listige kunstgrepen en dat bestuurder [gedaagde02] onrechtmatig heeft gehandeld door zijn bestuurstaken onbehoorlijk te vervullen.
Gedaagden voeren verweer en betwisten aansprakelijkheid. Zij vorderen in een incident dat zij vrijwaring wordt toegestaan om derden, te weten [naam01] en IBMS B.V., te dagvaarden, omdat deze derden volgens hen aansprakelijk zijn voor de schade door misbruik van volmacht en het wegsluizen van de subsidie.
De rechtbank oordeelt dat de vordering tot oproeping in vrijwaring tijdig en gegrond is, omdat voldoende aannemelijk is dat tussen gedaagden en de derden een rechtsverhouding bestaat die een vrijwaringsplicht kan inhouden. De vrijwaring wordt daarom toegestaan. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. De zaak wordt op 23 augustus 2023 voortgezet met beraad over een mondelinge behandeling.