ECLI:NL:RBROT:2023:7000
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geschil over toekenning en verwijdering gehandicaptenparkeerplaats wegens bijzondere omstandigheden
Eiser, die lijdt aan het syndroom van Down en in het bezit is van een gehandicaptenparkeerkaart, vroeg om een gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats bij zijn woning. Het college van B&W besloot aanvankelijk toe te kennen, maar herzag dit na bezwaar van omwonenden en besloot de parkeerplaats te verwijderen. Eiser stelde beroep in tegen deze verwijdering.
Tijdens de beroepsprocedure herzag het college het besluit opnieuw en kende alsnog de gehandicaptenparkeerplaats toe op grond van nieuwe medische informatie die bijzondere omstandigheden aantoonde. Dit leidde tot een van rechtswege ontstaan beroep van de derde-partijen, die bezwaar maakten tegen deze toekenning.
De rechtbank oordeelde dat het college zich in redelijkheid kon baseren op de beleidsregel en medische rapporten, die aantoonden dat eiser op mindere dagen slechts korte afstanden kan lopen. De belangen van eiser mochten zwaarder wegen dan het parkeerbelang van omwonenden. Het beroep van eiser tegen het eerste besluit werd niet-ontvankelijk verklaard, het beroep van derde-partijen tegen het tweede besluit ongegrond. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen verwijdering gehandicaptenparkeerplaats is niet-ontvankelijk verklaard en het beroep van derde-partijen tegen toekenning ongegrond verklaard.