Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Eis officier van justitie
- bewezenverklaring van het onder 1 tot en met 9 ten laste gelegde;
- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden, waarvan 10 maanden voorwaardelijk, met aftrek van voorarrest, met een proeftijd van 3 jaar en de bijzondere voorwaarden zoals door de reclassering geadviseerd.
4.Waardering van het bewijs
onder 6, 7 en 8ten laste gelegde is door de verdachte bekend. Deze feiten zullen zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard.
pogingtot inbraak op de [adres02] op 6 februari 2022 overweegt de rechtbank dat er geen camerabeelden voorhanden zijn en uit de woning ook niets is weggenomen. De rechtbank is dan ook van oordeel dat bewijs van een voltooide poging op grond van de enkele stand van de deurklink (zoals door de bewoonster vermeld) niet voorhanden is, zodat dit ten laste gelegde feit onvoldoende steun vindt in het dossier. Nu het dus niet bewezen kan worden zal de verdachte hiervan worden vrijgesproken.
onder 1, 2, 3, 4 en 9ten laste gelegde heeft begaan.
onder 5ten laste gelegde heeft begaan. De rechtbank spreekt de verdachte hiervan vrij.
onder 1, 2, 3, 4 en 9ten laste gelegde heeft begaan.
onder 6, 7 en 8ten laste gelegde heeft begaan.
dat weg te nemen goedonder zijn bereik te brengen door
5.Strafbaarheid feiten
6.Strafbaarheid verdachte
7.Motivering straf
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
9.Bijlagen
10.Beslissing
bewezen, dat de verdachte de
onder 1, 2, 3, 4, 6, 7, 8 en 9ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;
niet bewezen, dat de verdachte het
onder 5ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;
gevangenisstraf voor de duur van 25 (vijf en twintig) maanden,
tien (tien) maandenniet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;
proeftijd,die wordt gesteld op
3 jaar;
algemene voorwaarde:
bijzondere voorwaarden: