ECLI:NL:RBROT:2023:7104
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Beperkte verlenging ondertoezichtstelling en omgangsregeling kind
De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond tot verlenging van de ondertoezichtstelling van een minderjarig kind voor de duur van een jaar. De moeder en de GI zijn betrokken, terwijl de vader niet is verschenen en ambivalent is in zijn omgangswens.
De GI wil de verlenging gebruiken om hulpverlening te starten en te onderzoeken of contactherstel tussen het kind en de vader mogelijk is. De moeder is tegen een lange verlenging en benadrukt dat het kind geen contact wil met de vader en zich wil richten op therapie.
De kinderrechter oordeelt dat het kind nog ernstig in haar ontwikkeling wordt bedreigd en therapie nodig heeft, maar dat monitoring ook vrijwillig kan plaatsvinden. Gezien de moeizame omgang met de vader, het stopzetten van de omgangsregeling en het beëindigde gezag van de vader, acht de rechter verder onderzoek naar omgang niet in het belang van het kind.
De ondertoezichtstelling wordt daarom beperkt verlengd tot vier maanden, met de opdracht aan de GI om de regie over de omgang aan te passen. Dit geeft rust aan het kind en de moeder en biedt ruimte voor de therapie van het kind.
Uitkomst: De ondertoezichtstelling wordt verlengd voor vier maanden met aanpassing van de regie over de omgang met de vader.