ECLI:NL:RBROT:2023:7141

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
30 juni 2023
Publicatiedatum
11 augustus 2023
Zaaknummer
660526 / HA RK 23-604
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Wraking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek na eindbeschikking rechter

Verzoeker diende op 12 juni 2023 een wrakingsverzoek in tegen de rechter in een civiele procedure betreffende een voorlopig deskundigenbericht. De wrakingskamer ontving het verzoek op 19 juni 2023, na de eindbeschikking van de rechter op 16 juni 2023.

Omdat de rechter de zaak reeds had afgesloten met een einduitspraak, was het doel van het wrakingsverzoek, namelijk het voorkomen dat de rechter zich nog langer met de zaak zou bemoeien, niet meer te bereiken. De wrakingskamer stelde vast dat verzoeker niet-ontvankelijk was in zijn verzoek omdat de rechter de zaak niet meer behandelde toen het verzoek werd ontvangen.

De wrakingskamer nam daarbij in aanmerking dat het niet meer vast te stellen was wanneer het verzoek precies bij de rechtbank was aangekomen, en dat zelfs als het verzoek eerder was ontvangen, de rechter op het moment van bekendwording van het verzoek de zaak niet meer behandelde. De wrakingskamer wees het verzoek dan ook af wegens niet-ontvankelijkheid.

Uitkomst: Verzoeker is niet-ontvankelijk verklaard in het wrakingsverzoek omdat de rechter de zaak reeds had afgesloten met een eindbeschikking.

Uitspraak

proces-verbaal

RECHTBANK ROTTERDAM

Wrakingkamer
zaaknummer: C/10/660526 / HA RK 23-604
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van 30 juni 2023
op het verzoek van
[naam verzoeker],
wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen: verzoeker,
strekkende tot de wraking van
mr. S. Wahedi,
rechter in deze rechtbank,
hierna te noemen: de rechter.
De zitting wordt gehouden in het gebouw van deze rechtbank, locatie Rotterdam.
Tegenwoordig zijn: mr. E. Rabbie, voorzitter, mr. A. Buizer en mr. M.G.L. de Vette, rechters, en J.A. Faaij, griffier.
Na uitroeping van de zaak verschijnen:
  • verzoeker en
  • de rechter.
In deze zaak heeft een mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek plaatsgevonden. Aansluitend op de mondelinge behandeling heeft de wrakingskamer – na een onderbreking voor beraad – mondeling uitspraak gedaan, waarvan dit proces-verbaal is opgemaakt.

1.Beoordeling

1.1.
Verzoeker heeft bij brief van 12 juni 2023 een verzoek tot wraking gedaan. Het verzoek strekt tot wraking van de rechter in de civiele zaak van verzoeker tegen de Stichting HW Wonen met kenmerk 10303268 VZ VERZ 23-11. Die zaak betreft het verzoek van verzoeker tot het doen verrichten van een voorlopig deskundigenbericht. Het dossier van deze zaak is ter beschikking gesteld van de wrakingskamer.
1.2.
Wraking is een middel ter verzekering van de onpartijdigheid van de rechter. Op grond van artikel 36 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering kan de rechter die een zaak behandelt worden gewraakt. Het middel is toegekend aan een partij die wil voorkomen dat een rechter (nog langer) bemoeienis met de zaak zal hebben. Dat doel kan niet meer worden bereikt als de rechter al een einduitspraak heeft gedaan, omdat de behandeling van de zaak daarmee is geëindigd.
1.3.
Op 16 juni 2023 heeft de rechter in de hiervoor omschreven procedure een beschikking gegeven. Die beschikking is een eindbeslissing, waarmee de behandeling van de zaak door de rechter is geëindigd.
1.4.
Het wrakingsverzoek is op 19 juni 2023 door de secretaris van de wrakingskamer ontvangen, waarna op diezelfde dag door de secretaris aan de rechter kennis is gegeven van de ontvangst van het wrakingsverzoek. Dat is dus nadat de rechter in de hoofdzaak een einduitspraak had gedaan. Hieruit volgt dat de rechter de zaak niet meer behandelde op het moment dat het verzoek tot wraking bij zowel de wrakingskamer als de rechter bekend is geworden.
1.5.
Aan het vorenstaande kan niet afdoen dat verzoeker – zoals hij heeft verklaard – zijn brief van 12 juni 2023 op laatstgenoemde datum heeft opgesteld en als aangetekend schrijven heeft toegezonden aan de rechtbank. De wrakingskamer gaat ervan uit dat juist is hetgeen verzoeker hieromtrent heeft verklaard.
1.6.
Wanneer het wrakingsverzoek op de rechtbank is aangekomen is voor de wrakingskamer niet meer vast te stellen. Zelfs indien het tijdstip van ontvangst van de brief van 12 juni 2023, met daarin het wrakingsverzoek, heeft gelegen vóór 16 juni 2023, dan nog doet zich thans de situatie voor dat de gewraakte rechter de zaak van verzoeker niet meer behandelt. Verzoeker kan daarom niet in het verzoek tot wraking van de rechter worden ontvangen.
1.7.
De conclusie is dat verzoeker niet-ontvankelijk is in zijn wrakingsverzoek.

2.De beslissing

De rechtbank:
2.1.
verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in het verzoek tot wraking.
Waarvan proces-verbaal,
de voorzitter