De rechtbank Rotterdam behandelde een verzoek van twee pleegouders, oom en tante van de minderjarige, om gezamenlijk voogdij te verkrijgen en de geslachtsnaam van het kind te wijzigen. De moeder, die het ouderlijk gezag had, stemde in met het verzoek. De minderjarige verblijft sinds februari 2022 bij de pleegouders vanwege de verstandelijke beperking van de moeder en de gezondheidsproblemen van de oma die aanvankelijk zorgde.
De rechtbank overwoog dat hoewel de wet vereist dat één van de verzoekers reeds voogd is voor gezamenlijke voogdij, de bijzondere omstandigheden en het belang van het kind het mogelijk maken om hierop een uitzondering te maken. De voogdij van de moeder werd beëindigd en het gezag werd gezamenlijk aan de pleegouders toegekend. Tevens werd de geslachtsnaam van de minderjarige gewijzigd in de naam van de pleegouders, wat de duurzaamheid van hun relatie met het kind weerspiegelt.
De rechtbank wees het verzoek toe conform het advies van de raad voor de kinderbescherming en bepaalde dat elke partij haar eigen proceskosten draagt. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en kan binnen drie maanden worden aangevochten door hoger beroep.