Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Eis officier van justitie
- bewezenverklaring van het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde;
- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 120 dagen met aftrek van voorarrest, waarvan 107 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar, een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 12 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar en een taakstraf van 180 uur, te vervangen door 90 dagen hechtenis indien deze niet wordt uitgevoerd.
4.Waardering van het bewijs
aanmerkelijkis te achten.
zoheeft gedragen dat de
5.Strafbaarheid feiten
1.poging tot zware mishandeling;
overtreding van artikel 5a van de Wegenverkeerswet 1994;
overtreding van artikel 8, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994.
6.Strafbaarheid verdachte
7.Motivering straffen en maatregel
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
9.Bijlagen
10.Beslissing
gevangenisstraf voor de duur van 120 (honderdtwintig) dagen;
groot 105 dagen (honderdvijf)niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;
proeftijd, die wordt gesteld op
2 jaar;
de bevoegdheid motorrijtuigen te besturenvoor de tijd van
12 (twaalf) maanden;
180 (honderdtachtig) uren, waarbij de Reclassering Nederland dient te bepalen uit welke werkzaamheden de taakstraf dient te bestaan;
90 (negentig) dagen.