De rechtbank Rotterdam behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van het bezit van een vuurwapen en munitie in de periode van 14 juni 2019 tot en met 28 december 2022 in Spijkenisse. De officier van justitie had een gevangenisstraf van negen maanden geëist.
Tijdens de terechtzitting verklaarde verdachte dat het bezit van het vuurwapen plaatsvond vóór de tenlastegelegde periode. De rechtbank vond geen overtuigend bewijs dat het bezit binnen de tenlastegelegde periode had plaatsgevonden. Ook voor het bezit van munitie was geen wettig en overtuigend bewijs geleverd.
Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van beide tenlastegelegde feiten en hief het bevel tot voorlopige hechtenis op. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de rechtbank Rotterdam op 21 juni 2023.