ECLI:NL:RBROT:2023:719
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde vrijstaande woning in Bleiswijk voor belastingjaar 2021
De zaak betreft een geschil over de WOZ-waarde van een vrijstaande woning gelegen in Bleiswijk, met waardepeildatum 1 januari 2020. Eiser betwist de vastgestelde waarde van €1.000.000 en stelt dat de waarde €933.000 zou moeten zijn. Verweerder heeft de waarde vastgesteld op basis van verkoopcijfers van vergelijkbare woningen en een taxatiematrix.
Tijdens de zitting heeft eiser zich akkoord verklaard met de door verweerder berekende inhoud van de woning. De rechtbank heeft overwogen dat de WOZ-waarde de marktwaarde weerspiegelt, waarbij verweerder aannemelijk moet maken dat de waarde niet te hoog is vastgesteld aan de hand van verkoopprijzen van vergelijkbare woningen rond de waardepeildatum.
Hoewel eiser enkele vergelijkingsobjecten betwist vanwege verschillen in marktsegment en perceeloppervlakte, acht de rechtbank de overige vergelijkingsobjecten voldoende representatief. De taxatiematrix en verkoopgegevens van vergelijkbare woningen ondersteunen de vastgestelde waarde. De rechtbank concludeert dat verweerder slaagt in zijn bewijslast en verklaart het beroep ongegrond.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Partijen kunnen binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof Den Haag.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde van €1.000.000 wordt ongegrond verklaard.