Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.Het procesverloop en de processtukken
[niet in raadkamer besproken, maar wellicht nog te overwegen:]”
Rechtbank Rotterdam
Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de wrakingskamer van de rechtbank Rotterdam, bestaande uit mr. R.R. Roukema, mr. M.C. Franken en mr. M.B. van den Enden. Het verzoek betrof vermeende partijdigheid en onjuistheden in eerdere beslissingen en procedurele tekortkomingen, waaronder het ontbreken van audiobestanden en informatie over de rechter die toestemming gaf voor verkorte dagvaardingstermijn.
De wrakingskamer heeft het verzoek inhoudelijk beoordeeld en vastgesteld dat verzoeker geen concrete omstandigheden heeft aangevoerd die een objectief gerechtvaardigde schijn van partijdigheid opleveren. Verzoeker is niet verschenen bij de mondelinge behandeling, waardoor nadere toelichting uitbleef. Bovendien betroffen enkele gronden niet het optreden van de wrakingskamer zelf, maar de inhoudelijke procedure, waarover deze kamer niet bevoegd is te oordelen.
Op grond van deze overwegingen concludeert de rechtbank dat het wrakingsverzoek niet slaagt. De wrakingskamer wijst het verzoek dan ook af. De beslissing is genomen door mr. P.C. Santema, mr. A. Verweij en mr. W.J.M. Diekman en in het openbaar uitgesproken op 20 juli 2023. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de wrakingskamer wordt afgewezen wegens het ontbreken van concrete aanwijzingen voor partijdigheid.