ECLI:NL:RBROT:2023:7267
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Tussentijdse beëindiging van schuldsaneringsregeling wegens tekortkomingen schuldenaar
De rechtbank Rotterdam heeft op 29 juni 2023 uitspraak gedaan over het verzoek tot tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling van een schuldenaar. De bewindvoerder had dit verzoek ingediend omdat de schuldenaar meerdere verplichtingen uit de regeling niet was nagekomen. De schuldenaar was niet verschenen op de zitting.
De bewindvoerder stelde dat de schuldenaar tekort was geschoten in de nakoming van de sollicitatieverplichting, de afdrachtverplichting en de verplichting om geen nieuwe schulden te laten ontstaan. De schuldenaar had inkomsten uit zwartwerk en ondernemingsactiviteiten niet opgegeven, wat leidde tot een aanzienlijke nieuwe schuld van € 77.289,83. Tevens was de uitkering van de schuldenaar ingetrokken en moest zij een taakstraf ondergaan.
De rechtbank oordeelde dat de schuldenaar toerekenbaar tekort was geschoten in haar verplichtingen en geen saneringsgezinde houding had getoond. Gezien de omvang van de nieuwe schuld en het niet nakomen van de verplichtingen, werd de schuldsaneringsregeling tussentijds beëindigd op grond van artikel 350, derde lid, onder c en d, van de Faillissementswet. Het salaris van de bewindvoerder werd vastgesteld op maximaal € 3.389,35. Er zijn geen baten beschikbaar voor voldoening van vorderingen en er is geen sprake van faillissement van rechtswege.
Uitkomst: De rechtbank beëindigt de schuldsaneringsregeling wegens niet-nakoming van verplichtingen door de schuldenaar.