ECLI:NL:RBROT:2023:7276
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte medeplegen en medeplichtigheid mensenhandel minderjarige
De rechtbank Rotterdam behandelde de zaak tegen verdachte, die werd verdacht van medeplegen en medeplichtigheid aan mensenhandel van een minderjarige vrouw. De tenlastelegging betrof onder meer het vervoeren, huisvesten, instrueren en het onderhouden van contacten met betrekking tot seksuele uitbuiting.
Tijdens de terechtzittingen op 23 augustus 2022, 15 december 2022 en 11 mei 2023 werd het bewijs en de tenlastelegging besproken. De officier van justitie vorderde integrale vrijspraak, hetgeen door de rechtbank werd overgenomen.
De rechtbank oordeelde dat het primair en subsidiair ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen kon worden verklaard. De verdachte werd daarom zonder nadere motivering vrijgesproken. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer voor strafzaken onder voorzitterschap van R. Brand en de rechters F. Wegman en F. van Buchem.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van medeplegen en medeplichtigheid aan mensenhandel wegens onvoldoende bewijs.