Partijen zijn sinds 1997 gehuwd en hebben drie kinderen. Na hun echtscheiding in 2015 is de verdeling van hun huwelijksgoederengemeenschap niet volledig geregeld. De vrouw woont met de kinderen in de gezamenlijke woning en wil deze behouden totdat de kinderen uit huis zijn. De man vordert de verdeling van de gemeenschap, inclusief de woning, levensverzekeringspolis, flexibel krediet en schuld aan de zus van de vrouw.
De vrouw voert verweer en vraagt om aanhouding van de procedure in afwachting van een alimentatieprocedure en een termijn van een jaar om een andere woning te vinden. De rechtbank wijst het verzoek om aanhouding af en oordeelt dat een wachttijd van zes maanden redelijk is voor de vrouw om een andere woning te zoeken of de woning zelf te kopen.
De rechtbank bepaalt dat bij overname van de woning door de vrouw, de man wordt ontslagen uit hoofdelijke aansprakelijkheid voor de hypotheek en recht heeft op de helft van de overwaarde. Indien geen overeenstemming wordt bereikt over de koopsom, wordt een bindende taxatie geregeld. Bij uitblijven van overname binnen zes maanden volgt verkoop aan een derde met verdeling van de opbrengst. Verder worden de levensverzekeringspolis en het flexibel krediet gelijk verdeeld en wordt de man veroordeeld tot betaling van de helft van de schuld aan de zus van de vrouw. Proceskosten worden gecompenseerd.