Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1..De procedure
- verzoeker;
- mevrouw D. van den Broek, werkzaam bij Stroomopwaarts (hierna: schuldhulpverlening).
2..Het verzoek
Het verweer
Rechtbank Rotterdam
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening ex artikel 287b Faillissementswet gevraagd om de ontruiming van zijn huurwoning op grond van een vonnis van 20 december 2022 op te schorten. De rechtbank constateert een bedreigende situatie vanwege de aangekondigde ontruiming op 31 januari 2023.
Verzoeker heeft voldoende inkomsten om de maandelijkse huur van € 838,00 te voldoen en heeft toegezegd dit tijdig te doen. Schuldhulpverlening is gestart met een minnelijk traject en verwacht spoedig een akkoord met schuldeisers te bereiken. Verweerster betwist tijdige betaling van de huur, maar de rechtbank acht aannemelijk dat de lopende termijnen zullen worden voldaan.
De rechtbank weegt het belang van verzoeker, die in zijn woning wil blijven en het schuldhulpverleningstraject wil voortzetten, zwaarder dan het belang van verweerster bij uitvoering van het vonnis. Daarom wordt de voorlopige voorziening toegewezen voor zes maanden, onder de voorwaarde dat de huur tijdig wordt betaald. Tevens verklaart de rechtbank verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling ex artikel 284, tweede lid, Fw.
Uitkomst: De rechtbank wijst de voorlopige voorziening toe en schort de ontruiming van de huurwoning voor zes maanden onder de voorwaarde dat de huur tijdig wordt voldaan.