ECLI:NL:RBROT:2023:7308

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
27 juli 2023
Publicatiedatum
17 augustus 2023
Zaaknummer
10/067066-22
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:6:14 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voortzetting maatregel plaatsing in inrichting voor stelselmatige daders na tussentijdse toets

Bij vonnis van 1 juli 2022 werd aan de veroordeelde een ISD-maatregel opgelegd voor twee jaar. Op 6 juni 2023 diende de veroordeelde een verzoek in tot tussentijdse beoordeling van de voortzetting van deze maatregel. De zaak werd op 13 juli 2023 behandeld waarbij de officier van justitie, de veroordeelde, zijn raadsman en een senior casemanager aanwezig waren.

De veroordeelde verzocht om beëindiging van de maatregel, stellende dat de behandeling en begeleiding onvoldoende van de grond zijn gekomen en dat zijn huidige situatie stabiel is zonder risico op onveiligheid of overlast. Hij benadrukte dat het verblijf in de inrichting zinloos is zonder duidelijke huisvesting of behandeling.

De rechtbank oordeelde op basis van het rapport van 29 juni 2023 en de zitting dat de behandeling inmiddels is gestart en goed verloopt. De veroordeelde erkent zelf de noodzaak van intensieve behandeling voor verslavings- en agressieproblemen en werkt mee aan een intake bij GGZ Delfland. Het recidiverisico blijft hoog, waardoor bescherming van de maatschappij noodzakelijk is.

Daarom wees de rechtbank het verzoek tot beëindiging af en besloot de voortzetting van de ISD-maatregel. Er is geen grond om de maatregel te beëindigen gezien het belang van behandeling en maatschappelijke veiligheid.

Uitkomst: Het verzoek tot beëindiging van de ISD-maatregel wordt afgewezen en de maatregel wordt voortgezet.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 3
Parketnummer: 10/067066-22
Datum uitspraak: 27 juli 2023
Beslissing van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, naar aanleiding van een onderzoek als bedoeld in artikel 6:6:14 van Pro het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) in de zaak tegen de veroordeelde:
[veroordeelde01] ,
geboren te [geboorteplaats01] ( [geboorteland01] ) op [geboortedatum01] 1986,
gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting [naam P.I.01] , locatie [detentielocatie01] ,
raadsman mr. F.G.J. Staals, advocaat te Amsterdam.

1.Inleiding

Bij vonnis van deze rechtbank van 1 juli 2022 is aan de veroordeelde opgelegd de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (hierna: ISD-maatregel) voor de duur van twee jaren.

2.Procesverloop

Op 6 juni 2023 is door de griffie van de rechtbank ontvangen een namens de veroordeelde gedaan verzoek als bedoeld in artikel 6:6:14, eerste lid, Sv tot een tussentijdse beoordeling van de noodzaak van de voortzetting van de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel.
De zaak is behandeld op de openbare terechtzitting van 13 juli 2023. De officier van justitie mr. J. Spaans, de veroordeelde en zijn raadsman zijn gehoord. Tevens is gehoord de heer [naam01] , senior casemanager ISD van de Penitentiaire Inrichting [naam P.I.01] .

3.Standpunten van partijen

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot voortzetting van de ISD-maatregel.
De veroordeelde en de raadsman hebben beëindiging van de ISD-maatregel bepleit. Daartoe is aangevoerd dat de veroordeelde graag behandeling en begeleiding zou willen, maar dat die behandeling en begeleiding in de praktijk reeds een jaar niet (voldoende) van de grond zijn gekomen. De verdachte kan bij familie verblijven en heeft een legitimatiebewijs. Tijdens zijn verlof eind april 2023 heeft hij zich twee dagen onttrokken en heeft hij bij familie verbleven. Hij heeft zich vervolgens eigener beweging bij de politie gemeld en laten zien dat hij in die twee dagen geen strafbare feiten heeft gepleegd. De ISD-maatregel brengt de veroordeelde niet de begeleiding en behandeling waarop hij had gehoopt en die hij had verwacht. Op dit moment acht de veroordeelde zijn verblijf in de instelling volstrekt zinloos, zowel voor hemzelf als voor de samenleving. Een verdere voortzetting van de maatregel onder deze omstandigheden dient niet de doelen, waarvoor de maatregel bedoeld is. Het huidige leven van de veroordeelde is stabiel en bij opheffing van de maatregel is van
onveiligheid, ernstige overlast en verloedering van het publieke domein absoluut geen sprake. Bovendien zijn er omstandigheden die buiten de macht van de veroordeelde liggen, welke de voortzetting van de maatregel niet langer zinvol maken. Daarbij verwijst de veroordeelde naar het verblijf in een Penitentiaire Inrichting zonder dat hem duidelijk wordt waar hij naartoe gaat qua huisvesting en zonder dat een behandeling of structurerende begeleiding plaatsvindt.

4.Beoordeling

De rechtbank is op grond van het rapport tussentijdse toetsing tenuitvoerlegging ISD-maatregel van 29 juni 2023 en het verhandelde ter terechtzitting, met de officier van justitie, van oordeel dat de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel dient te worden voortgezet.
Gebleken is dat beëindiging van de maatregel naar verwachting zal leiden tot onveiligheid, ernstige (drank)overlast en verloedering van het publieke domein. Dit is gebaseerd op het volgende. De behandeling is inmiddels gestart en volgens berichten van de deskundige verloopt de behandeling goed. De veroordeelde heeft zelf – ook ter zitting – aangegeven een intensieve behandeling nodig te hebben voor zijn verslavingsproblematiek en agressieproblemen. Hij heeft daarbij zelfs gevraagd om een intensievere behandeling dan welke hij tot op heden heeft gekregen. De intake voor begeleid wonen bij GGZ Delfland gaat op korte termijn plaatsvinden. Ter terechtzitting heeft de veroordeelde verklaard mee te werken aan de intake en te onderzoeken of GGZ Delfland een goede plek voor hem is. Het risico op recidive wordt thans nog steeds ingeschat als hoog en dat maakt dat bescherming van de maatschappij noodzakelijk is. Gelet op het voorgaande komt de rechtbank tot het oordeel dat voortzetting van de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel nog altijd vereist is. Er is geen grond om tot beëindiging van de maatregel over te gaan en het verzoek daartoe wordt dan ook afgewezen.

5.Beslissing

De rechtbank:
wijst af het verzoek tot beëindiging van de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders;
bepaalt dat de tenuitvoerlegging van de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders wordt voortgezet.