ECLI:NL:RBROT:2023:7310
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek schuldsaneringsregeling op grond van hardheidsclausule
Verzoekster heeft een verzoek ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wegens haar onvermogen om haar schulden te voldoen. De rechtbank heeft het verzoek behandeld en vastgesteld dat verzoekster is opgehouden met betalen en niet kan voortgaan met betaling van haar schulden.
Hoewel er twijfel bestond over de goede trouw van verzoekster vanwege verkeersboetes bij het CJIB, heeft de rechtbank geoordeeld dat zij de omstandigheden die tot de schulden hebben geleid onder controle heeft gekregen, onder meer doordat zij haar auto inmiddels heeft verzekerd. Hierdoor kon het verzoek op grond van artikel 288, derde lid van de Faillissementswet worden toegewezen.
De rechtbank benoemde tevens een rechter-commissaris en kende een voorschot toe op de vergoeding van de bewindvoerder. Ook werd de bewindvoerder gemachtigd om aan de schuldenaar gerichte correspondentie te openen. De procedure werd als hoofdprocedure geopend omdat het centrum van voornaamste belangen van verzoekster in Nederland ligt.
Uitkomst: Verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt toegewezen op grond van de hardheidsclausule.