ECLI:NL:RBROT:2023:7310

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
8 maart 2023
Publicatiedatum
17 augustus 2023
Zaaknummer
FT EA 23-30
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 288 lid 3 FwArt. 3 lid 1 Verordening (EU) 2015/848Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek schuldsaneringsregeling op grond van hardheidsclausule

Verzoekster heeft een verzoek ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wegens haar onvermogen om haar schulden te voldoen. De rechtbank heeft het verzoek behandeld en vastgesteld dat verzoekster is opgehouden met betalen en niet kan voortgaan met betaling van haar schulden.

Hoewel er twijfel bestond over de goede trouw van verzoekster vanwege verkeersboetes bij het CJIB, heeft de rechtbank geoordeeld dat zij de omstandigheden die tot de schulden hebben geleid onder controle heeft gekregen, onder meer doordat zij haar auto inmiddels heeft verzekerd. Hierdoor kon het verzoek op grond van artikel 288, derde lid van de Faillissementswet worden toegewezen.

De rechtbank benoemde tevens een rechter-commissaris en kende een voorschot toe op de vergoeding van de bewindvoerder. Ook werd de bewindvoerder gemachtigd om aan de schuldenaar gerichte correspondentie te openen. De procedure werd als hoofdprocedure geopend omdat het centrum van voornaamste belangen van verzoekster in Nederland ligt.

Uitkomst: Verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt toegewezen op grond van de hardheidsclausule.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie
toepassing schuldsaneringsregeling
insolventienummer: [nummer]
uitspraakdatum: 8 maart 2023
in de zaak van:
[verzoekster],
wonende te [adres]
[woonplaats],
verzoekster.

1..De procedure

Verzoekster heeft een verzoekschrift met bijlagen ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. Verzoekster is gehoord ter terechtzitting van 16 februari 2023.
De uitspraak is bepaald op heden.

2..De beoordeling

Het verzoekschrift voldoet aan de daaraan gestelde eisen. Verzoekster verkeert in de toestand dat zij heeft opgehouden te betalen, dan wel dat redelijkerwijs is te voorzien dat zij niet zal kunnen voortgaan met betaling van haar schulden.
Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt slechts toegewezen als voldoende aannemelijk is dat verzoekster ten aanzien van het ontstaan of onbetaald laten van haar schulden in de vijf jaar voorafgaand aan de dag waarop het verzoekschrift is ingediend te goeder trouw is geweest.
De goede trouw is een gedragsmaatstaf waaraan de verzoekster dient te voldoen. Bij de beoordeling daarvan kan de rechter rekening houden met alle omstandigheden, zoals de aard en de omvang van de vorderingen, het tijdstip waarop de schulden zijn ontstaan, de mate waarin verzoekster kan worden verweten dat de schulden zijn ontstaan en/of onbetaald gelaten, het gedrag van verzoekster voor wat betreft haar inspanningen de schulden te voldoen of acties harerzijds om verhaal door de schuldeisers juist te frustreren en dergelijke.
In het bijzonder heeft de rechtbank gekeken naar de schuld van verzoekster aan het Centraal Justitieel Incassobureau (hierna: CJIB). Deze schuld bedraagt in totaal EUR 2.502,00 en ziet op diverse verkeersboetes die aan verzoeker in de jaren 2020 en 2021 zijn opgelegd. Uit de codes bij het schuldenoverzicht van het CJIB blijkt dat het bij twee boetes gaat om onverzekerd rijden en bij één boete gaat het om overschrijden van de maximumsnelheid.
Het verzoek kan ingevolge artikel 288, derde lid Fw, ondanks het ontbreken van goede trouw, wel worden toegewezen indien voldoende aannemelijk is dat verzoekster de omstandigheden, die bepalend zijn geweest voor het ontstaan of onbetaald laten van de schulden, onder controle heeft gekregen. De rechtbank is van oordeel dat van een dergelijke situatie sprake is. Gebleken is dat verzoekster haar auto inmiddels verzekerd heeft.
De rechtbank wijst er op dat de auto in de wettelijke schuldsaneringsregeling in beginsel verkocht moet worden. Een en ander zal met de bewindvoerder besproken moeten worden.
De rechtbank is, gelet op het bepaalde in artikel 3 lid 1 Verordening Pro (EU) 2015/848 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie, bevoegd deze insolventieprocedure als hoofdprocedure te openen nu het centrum van voornaamste belangen van verzoeker in Nederland ligt.

3..De beslissing

De rechtbank:
- spreekt de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:
[verzoekster],
geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],
wonende te [adres], [woonplaats];
- benoemt tot rechter-commissaris mr. M. Aukema
en tot bewindvoerder R. de Geus,
gevestigd te Postbus 187,
3330 AD Rotterdam;
- kent toe, voor zover de boedel dit toelaat, een voorschot op de vergoeding van de bewindvoerder van een telkens aan het eind van de maand opeisbaar bedrag. Dit bedrag is gelijk aan 1/37e deel van de overeenkomstig artikel 2 van Pro het Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering (Staatsblad 2013, 308) te berekenen vergoeding, verhoogd met de verschuldigde omzetbelasting;
- geeft last aan de bewindvoerder tot het openen van aan de schuldenaar gerichte brieven en telegrammen.
Dit vonnis is gewezen door mr. B.J. Tideman, rechter, en in aanwezigheid van
mr. N.A. Masrom, griffier, in het openbaar uitgesproken op 8 maart 2023.