ECLI:NL:RBROT:2023:735
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot verklaring erfgenaamschap afgewezen wegens onbevoegdheid rechtbank Rotterdam
Verzoekster heeft bij de rechtbank Rotterdam een verzoek ingediend om voor recht te verklaren dat zij erfgenaam is van de overledene, haar broer, die in februari 2022 in [plaats01] is overleden. De overledene had zijn laatste woonplaats in [plaats01]. Verzoekster baseert haar verzoek op het feit dat zij en de overledene in voormalig Nederlands-Indië zijn geadopteerd, maar dat deze adopties niet in Nederland zijn geregistreerd, waardoor een notaris geen verklaring van erfrecht wil afgeven.
De kantonrechter stelt vast dat een verklaring voor recht van onbepaalde waarde is en dat dit in beginsel niet tot zijn bevoegdheid behoort. Echter, gezien de vermoedelijke geringe waarde van de nalatenschap (minder dan € 25.000), is de kantonrechter wel bevoegd. Desondanks is de zaak ingediend bij de verkeerde kantonrechter, aangezien de laatste woonplaats van de overledene in [plaats01] was, waardoor de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam bevoegd is volgens artikel 268 lid 1 Rv Pro.
Daarom verklaart de kantonrechter van de rechtbank Rotterdam zich onbevoegd en verwijst de zaak in de stand waarin zij verkeert naar de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam voor verdere behandeling.
Uitkomst: De kantonrechter verklaart zich onbevoegd en verwijst de zaak naar de bevoegde kantonrechter van Amsterdam.