ECLI:NL:RBROT:2023:735

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
20 januari 2023
Publicatiedatum
3 februari 2023
Zaaknummer
10277074 \ VZ VERZ 23-1
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 268 lid 1 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot verklaring erfgenaamschap afgewezen wegens onbevoegdheid rechtbank Rotterdam

Verzoekster heeft bij de rechtbank Rotterdam een verzoek ingediend om voor recht te verklaren dat zij erfgenaam is van de overledene, haar broer, die in februari 2022 in [plaats01] is overleden. De overledene had zijn laatste woonplaats in [plaats01]. Verzoekster baseert haar verzoek op het feit dat zij en de overledene in voormalig Nederlands-Indië zijn geadopteerd, maar dat deze adopties niet in Nederland zijn geregistreerd, waardoor een notaris geen verklaring van erfrecht wil afgeven.

De kantonrechter stelt vast dat een verklaring voor recht van onbepaalde waarde is en dat dit in beginsel niet tot zijn bevoegdheid behoort. Echter, gezien de vermoedelijke geringe waarde van de nalatenschap (minder dan € 25.000), is de kantonrechter wel bevoegd. Desondanks is de zaak ingediend bij de verkeerde kantonrechter, aangezien de laatste woonplaats van de overledene in [plaats01] was, waardoor de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam bevoegd is volgens artikel 268 lid 1 Rv Pro.

Daarom verklaart de kantonrechter van de rechtbank Rotterdam zich onbevoegd en verwijst de zaak in de stand waarin zij verkeert naar de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam voor verdere behandeling.

Uitkomst: De kantonrechter verklaart zich onbevoegd en verwijst de zaak naar de bevoegde kantonrechter van Amsterdam.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Dordrecht
zaaknummer: 10277074 \ VZ VERZ 23-1
datum uitspraak: 20 januari 2023
Beschikking van de kantonrechter
in de zaak van
[verzoekster01],
woonplaats: [woonplaats01] ,
verzoekster.
die zelf procedeert.

1..De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
- het verzoekschrift, ingekomen op 4 januari 2023, met producties.
1.2.
Op 17 januari 2023 is de zaak tijdens een mondelinge behandeling met verzoekster en haar dochter besproken.

2..De beoordeling

2.1.
Op 3 februari 2022 is te [plaats01] overleden [naam01] , geboren op [geboortedatum01] te [geboorteplaats01], die voor het laatst woonde in [plaats01] (hierna: de overledene).
2.2.
Verzoekster verzoekt om de nalatenschap van de overledene aan haar toe te wijzen. Zij heeft aan het verzoek ten grondslag gelegd dat zij de zus is van de overledene, maar dit in de Basisregistratie personen niet is geregistreerd. Verzoekster en de overledene zijn in de jaren 30 van de vorige eeuw in voormalig Nederlands-Indië geadopteerd door hun ouders, [naam02] en [naam03] . Deze adopties zijn niet in Nederland geregistreerd, waardoor een notaris geen verklaring van erfrecht wil afgeven.
2.3.
Het verzoek van verzoekster ziet erop om voor recht te verklaren dat zij erfgenaam is van de overledene. Een verklaring voor recht is van onbepaalde waarde, zodat de kantonrechter in beginsel niet bevoegd is. Er zijn echter duidelijke aanwijzingen dat de nalatenschap van de overledene moet worden gewaardeerd op een lager bedrag dan € 25.000,-, omdat de overledene volgens verzoekster geestelijk gehandicapt was, in een verzorgingshuis woonde en alleen wat spaargeld had (een bedrag met drie nullen). De kantonrechter is daarom de bevoegde rechter.
2.4.
Het verzoek is echter ingediend bij de verkeerde kantonrechter. De laatste woonplaats van de overledene was [plaats01] , zodat de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam de bevoegde rechter is op grond van artikel 268 lid 1 van Pro het Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering. De kantonrechter van de rechtbank Rotterdam, locatie Dordrecht, is daarom niet bevoegd om deze zaak te behandelen. De zaak wordt daarom verwezen in de stand waarin zij zich bevindt naar de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam.

3..De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
verklaart zich onbevoegd om van het verzoek kennis te nemen;
3.2.
verwijst de zaak in de stand waarin deze zich bevindt naar de kamer voor kantonzaken van de rechtbank Amsterdam.
Deze beschikking is gegeven door mr. C. van Steenderen-Koornneef en in het openbaar uitgesproken.
31688