De rechtbank Rotterdam behandelde een geschil tussen ouders over het gezamenlijk ouderlijk gezag en vervangende toestemming voor medische handelingen bij hun minderjarige kinderen.
De vrouw verzocht om beëindiging van het gezamenlijk gezag, vervangende toestemming voor het verwijderen van de keelamandelen van een minderjarige en vervangende toestemming voor vaccinaties volgens het Rijksvaccinatieprogramma voor een andere minderjarige. De man voerde gemotiveerd verweer tegen deze verzoeken.
De rechtbank oordeelde dat er weliswaar sprake was van gewijzigde omstandigheden, maar dat het gezamenlijk gezag niet beëindigd werd omdat er geen onaanvaardbaar risico bestond dat de kinderen klem of verloren zouden raken tussen de ouders. Partijen hadden bovendien overeenstemming bereikt over medische aangelegenheden, waaronder een regeling voor een second opinion bij meningsverschillen.
Vervangende toestemming voor het verwijderen van de keelamandelen werd niet verleend omdat partijen overeenstemming hadden bereikt over toekomstige medische beslissingen. Wel verleende de rechtbank vervangende toestemming voor vaccinatie van de jongste minderjarige volgens het Rijksvaccinatieprogramma tot twaalf jaar, omdat dit in het belang van het kind werd geacht. De beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard en de proceskosten werden ieder voor eigen rekening gelaten.