ECLI:NL:RBROT:2023:7412

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
10 juli 2023
Publicatiedatum
21 augustus 2023
Zaaknummer
C/10/656392 / JE RK 23-897 en C/10/649317 / JE RK 22-2865
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:265b BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Machtiging tot uithuisplaatsing van minderjarige ter bevordering van resocialisatie en veiligheid

De kinderrechter van de Rechtbank Rotterdam heeft op 10 juli 2023 een beschikking gegeven over de verlenging van een machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige, geboren in 2006, die onder toezicht staat van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond.

De ondertoezichtstelling was reeds verlengd tot 13 januari 2024. De machtiging tot uithuisplaatsing, aanvankelijk verleend voor plaatsing bij een tante, is vanwege mislukking van die plaatsing aangepast naar een verblijf bij een jeugdhulpaanbieder, CZorg, waar de minderjarige sinds 25 juni 2023 verblijft. Ondanks een positieve ontwikkeling en medewerking van de minderjarige en moeder, zijn er zorgen over het gedrag en de beïnvloedbaarheid van de minderjarige, mede vanwege politieonderzoek naar een mogelijk vuurwapen en aangetroffen mes.

De kinderrechter acht de uithuisplaatsing noodzakelijk voor het waarborgen van de veiligheid, het voorkomen van terugval in het criminele circuit, en het bevorderen van een adequate ontwikkeling en resocialisatie. De machtiging wordt verleend voor de duur van de ondertoezichtstelling tot 13 januari 2024. Het eerdere verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling wordt wegens gebrek aan belang afgewezen, nu de machtiging tot uithuisplaatsing is toegekend.

Uitkomst: De machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige wordt verlengd tot 13 januari 2024 bij een jeugdhulpaanbieder.

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
zaakgegevens: C/10/649317 / JE RK 22-2865 en C/10/656392 / JE RK 23-897
datum uitspraak: 10 juli 2023

beschikking machtiging tot uithuisplaatsing

in de zaak van

de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,

hierna te noemen: de GI, gevestigd te Rotterdam,
betreffende

[naam kind],

geboren op [geboortedaum] 2006 te [geboorteplaats], hierna te noemen: [naam kind],
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:

[naam 1],

hierna te noemen: de moeder, wonende te [woonplaats].

Het procesverloop

Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken:
- de beschikking van de kinderrechter van deze rechtbank van 23 december 2022 en de daaraan ten grondslag liggende stukken;
- het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 19 april 2023, ingekomen bij de griffie op diezelfde datum.
Op 10 juli 2023 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld. Gehoord is:
- een vertegenwoordiger van de GI, [naam 2].
De moeder is, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.
[naam kind] is in de gelegenheid gesteld zijn mening kenbaar te maken. Hij heeft hier geen gebruik van gemaakt.

De feitenHet ouderlijk gezag over [naam kind] wordt uitgeoefend door de moeder.

[naam kind] verblijft bij CZorg.
Bij beschikking van 23 december 2022 is de ondertoezichtstelling van [naam kind] verlengd tot 13 januari 2024. De kinderrechter heeft bij beschikking van 23 december 2022 ook een machtiging tot uithuisplaatsing van [naam kind] in een pleeggezin, te weten bij de tante moederszijde (hierna: mz), verleend tot 13 januari 2023 en aansluitend verlengd tot 13 juli 2023. Het overige verzochte is aangehouden tot 1 juni 2023 pro forma.

De (aangehouden) verzoeken

Verzoek met zaaknummer C/10/649317
:De GI heeft verzocht een verlenging van de ondertoezichtstelling van [naam kind] voor de duur van een jaar. Tevens heeft de GI verzocht een verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [naam kind] in een voorziening voor pleegzorg voor de duur van de ondertoezichtstelling. Over de periode tot 13 juli 2023 is al beslist. Nu resteert een beslissing over de periode tot 13 januari 2024.
Verzoek met zaaknummer C/10/656392:
De GI heeft verzocht de machtiging tot uithuisplaatsing van [naam kind] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlengen voor de duur van acht maanden.
Ter zitting heeft de GI te kennen gegeven het verzoek aan te passen. De GI verzoekt een machtiging tot uithuisplaatsing van [naam kind] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder voor de duur van de ondertoezichtstelling. De uithuisplaatsing van [naam kind] bij de tante mz is helaas misgelopen. De GI geeft aan dat [naam kind] en de moeder achter het verzoek staan. [naam kind] verblijft sinds 25 juni 2023 bij CZorg, nadat de plaatsing bij Zorg, Hoop en Liefde voor problemen zorgden. CZorg is een soort kamertraining waar [naam kind] momenteel alleen in een woning verblijft. Op een gegeven moment zal hij de woning gaan delen met anderen. In de woning is begeleiding aanwezig met wie de GI nauw contact heeft. [naam kind] wordt nog steeds in de gaten gehouden door de politie. De politie heeft het vermoeden dat [naam kind] een vuurwapen heeft. Hierop is de woning bij CZorg doorzocht en is er een mes aangetroffen. Volgens [naam kind] is dit omdat hij wordt bedreigd door de vriend van zijn ex-vriendin. [naam kind] lijkt niet te beseffen welke risico’s er in zijn gedrag schuilen en hiervoor zal gewaakt moeten worden.

De beoordeling

Verzoek met zaaknummer C/10/656392:
Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting blijkt dat [naam kind] en de moeder achter het verzoek van de GI staan. De plaatsing bij de tante mz is niet gelukt en [naam kind] verblijft sinds 25 juni 2023 bij CZorg. Na de laatste detentieperiode afgelopen januari is er sprake van een positieve ontwikkeling bij [naam kind]. Hij houdt zich aan de schorsende voorwaarden van de jeugdreclassering en stelt zich behandelbaar op richting de GI en de begeleiding bij CZorg. Positief is ook dat de communicatie tussen de GI en de familie van [naam kind] naar wens verloopt. Hoewel er sprake is van een prille positieve ontwikkeling, zijn er zorgen over het gedrag en de beïnvloedbaarheid van [naam kind]. De kinderrechter acht het van belang dat het verblijf van [naam kind] bij CZorg gecontinueerd wordt. [naam kind] zal uit het criminele circuit gehouden moeten worden. Met behulp van de GI en onder begeleiding van CZorg zal gewerkt moeten worden aan de resocialisatie, de veiligheid en een adequate ontwikkeling van [naam kind].
Uit voorgaande volgt dat de uithuisplaatsing van [naam kind] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en de opvoeding (artikel 1:265b, eerste lid, Burgerlijk Wetboek). De kinderrechter constateert dat [naam kind] sinds 25 juni bij CZorg verblijft. Daarnaast loopt de ondertoezichtstelling van [naam kind] tot 13 januari 2024. De kinderrechter zal daarom een machtiging tot uithuisplaatsing van [naam kind] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verlenen, met ingang van 25 juni 2023 voor de duur van de ondertoezichtstelling.
Verzoek met zaaknummer C/10/649317:
Nu de kinderrechter het verzoek met zaaknummer C/10/656392 toewijst, zal de kinderrechter het aangehouden verzoek van de GI met zaaknummer C/10/649317 wegens gebrek aan belang afwijzen.

De beslissingDe kinderrechter:

verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [naam kind] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder, met ingang van 25 juni 2023 tot 13 januari 2024;
wijst af het meer of anders verzochte;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 10 juli 2023 door mr. M. van Kuilenburg, kinderrechter, in tegenwoordigheid van L.N. van Geest als griffier.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 28 juli 2023.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof
Den Haag.