ECLI:NL:RBROT:2023:7431
Rechtbank Rotterdam
- Verschoning
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek tot verschoning rechter in kort geding over straatverbod
In een kort geding tussen een moeder (eiseres) en haar dochter (gedaagde) over een straatverbod vordert eiseres dat gedaagde zich niet binnen 200 meter van haar woning begeeft vanwege stelselmatige overlast. De zaak werd behandeld door een rechter die meerdere aanhoudingsverzoeken van gedaagde afwees. Na een zitting werd een tijdelijk straatverbod opgelegd en een vervolgdatum vastgesteld, onder voorwaarde dat gedaagde een advocaat zou inschakelen.
De rechter nam contact op met de Wvggz-officier omdat hij zich zorgen maakte over de situatie van gedaagde. Toen een advocaat zich uiteindelijk meldde voor gedaagde, zou de zaak opnieuw worden behandeld, maar de rechter vond dat hij deze hernieuwde behandeling niet zelf kon verrichten vanwege mogelijke schijn van partijdigheid.
De rechtbank oordeelde dat hoewel er geen aanwijzingen waren voor subjectieve partijdigheid, de omstandigheden objectief een zwaarwegende reden vormden voor verschoning. Het verzoek van de rechter om zich te mogen verschonen werd daarom toegewezen om de onpartijdigheid van de procedure te waarborgen.
Uitkomst: Verzoek tot verschoning van de rechter in het kort geding wordt toegewezen wegens objectieve vrees voor partijdigheid.