Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2023:7461

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
20 juni 2023
Publicatiedatum
23 augustus 2023
Zaaknummer
660586 / HA RK 23-607
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verschoning
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 287b FwArt. 288 Fw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek tot verschoning rechter in insolventiezaken

In deze zaak heeft de rechtbank Rotterdam het verzoek van rechter M. Aukema toegewezen om zich te mogen verschonen van de behandeling van twee insolventiezaken betreffende mevrouw [naam]. Rechter Aukema was eerder rechter-commissaris in het faillissement van een vennootschap waarvan mevrouw [naam] bestuurder en aandeelhouder was. Tijdens dat faillissement heeft hij toezicht gehouden, overleg gevoerd met de curator en mevrouw [naam] gehoord in een faillissementsverhoor.

Gezien deze eerdere betrokkenheid en de vertrouwelijke contacten met de curator acht de rechtbank het objectief gerechtvaardigd dat er een vrees voor partijdigheid bestaat. Hoewel er geen aanwijzingen zijn dat de rechter subjectief niet onpartijdig is, weegt de situatie zwaar genoeg om de verschoning toe te wijzen.

De rechtbank benadrukt dat verschoning dient ter waarborging van de onpartijdigheid en het vertrouwen in de rechtspraak. Het verzoek is daarom toegewezen en rechter Aukema zal niet deelnemen aan de behandeling van de verzoeken tot toepassing van wettelijke schuldsanering en dwangakkoord van mevrouw [naam].

Uitkomst: Verzoek tot verschoning van rechter Aukema in insolventiezaken wordt toegewezen.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam
Meervoudige kamer voor verschoningszaken
Zaaknummer / rekestnummer : 660586 / HA RK 23-607
Beslissing van 20 juni 2023
op het verzoek van:
mr. M. Aukema,
rechter in de rechtbank Rotterdam, team insolventie (hierna: de rechter),
ertoe strekkende zich te mogen verschonen in de zaken van:
[naam],
wonende te [adres] .

1.Het procesverloop en de processtukken

1.1.
Op de zitting van de rechter van 21 juni 2023 zijn voor behandeling gepland de zaken betreffende het verzoek ex artikel 287b FW (verzoek dwangakkoord) en het verzoek ex artikel 288 Fw Pro (verzoek toepassen wettelijke schuldsanering) van mevrouw [naam] . Deze zaken hebben als kenmerken 23.400 en 23.401.
Mevrouw [naam] en de gerekwestreerde zijn bij de uitnodiging voor de mondelinge behandeling op de hoogte gesteld van de behandeling van het de verzoek door de rechter.
1.2.
Op 19 juni 2023 heeft de rechter een schriftelijk verzoek tot verschoning gedaan.
1.3.
Aan de verschoningskamer zijn ter beschikking gesteld de dossiers van de hiervoor omschreven procedures.

2.Het verzoek

2.1.
Ter adstructie van het verzoek om verschoning heeft de rechter – verkort en zakelijk weergegeven – het volgende aangevoerd:
2.1.1.
Op 9 november 2020 is de rechter benoemd als opvolgend rechter-commissaris in het faillissement van (F.10/19/53) [naam vennootschap] B.V. Het faillissement is opgeheven bij gebrek aan baten op 14 december 2021.
2.1.2.
Mevrouw [naam] is enig aandeelhouder en bestuurder van de genoemde vennootschap geweest. Zij is door de curator (tezamen met de opvolgende bestuurder) aansprakelijk gesteld voor, kort samen gevat, onbehoorlijk bestuur. De curator heeft daarnaast melding gedaan van strafbare handelingen door (onder meer) mevrouw [naam] bij het fraudemeldpunt.
2.1.3.
Gerekwestreerde bij het verzoek dwangakkoord is een schuldeiser in het voornoemde faillissement. Deze heeft, vertegenwoordigd door een advocaat, en verweerschrift ingediend.
2.1.4.
In zijn rol als toezichthouder heeft de rechter mevrouw [naam] destijds gehoord in een faillissementsverhoor. De rechter heeft toezicht gehouden op en (vertrouwelijk) overleg gevoerd met de curator met betrekking tot de hiervoor genoemde gebeurtenissen. De gebeurtenissen zullen een rol kunnen spelen bij de behandeling van de thans voorliggende verzoeken. De rechter is om deze reden van mening dat hij de verzoeken niet kan behandelen.

3.De beoordeling

3.1.
Verschoning is een middel ter verzekering van de onpartijdigheid van de rechter. Voorop dient te staan dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die zwaarwegende aanwijzingen opleveren voor het oordeel dat een rechter jegens een partij een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij deze partij dienaangaande bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is.
3.2.
Aan de door de rechter aangevoerde omstandigheden valt geen aanwijzing te ontlenen voor het oordeel dat de rechter - subjectief - niet onpartijdig is.
3.3.
Te onderzoeken staat vervolgens of de aangevoerde omstandigheden niettemin een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het oordeel dat de vrees dat de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden - objectief - gerechtvaardigd is.
3.4.
De door de rechter aangevoerde omstandigheid, in samenhang met het gegeven dat de rechter daarin aanleiding heeft gevonden zelf een verzoek in te dienen zich te mogen verschonen van de verdere behandeling van de zaak, levert naar het oordeel van de rechtbank op zichzelf een zwaarwegende aanwijzing als hiervoor onder 3.3 bedoeld op.
3.5.
Het verzoek wordt om deze reden toegewezen.

4.De beslissing

De rechtbank:
- wijst toe het verzoek van mr. M. Aukema zich in de procedures van mevrouw [naam] met kenmerken 23.400 en 23.401 te mogen verschonen.
Deze beslissing is gegeven door mr. A.M.H. Geerars, voorzitter, mr. M.G.L. de Vette en
mr. drs. E. van Schouten, rechters en door de voorzitter en J.A. Faaij, griffier ondertekend op 20 juni 2023.