ECLI:NL:RBROT:2023:7487
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring bezwaarschrift tegen strafoverdracht aan Servië wegens onvoldoende belangenafweging
De veroordeelde, met zowel de Kroatische als Servische nationaliteit, werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier jaar en zes maanden wegens witwassen en wapensmokkel. De Minister voor Justitie en Veiligheid wilde de verdere tenuitvoerlegging van deze straf overdragen aan Servië, waar de veroordeelde voor zijn komst naar Nederland woonde en waarvan hij ook de nationaliteit bezit.
De veroordeelde diende een bezwaarschrift in tegen deze overdracht, stellende dat hij zijn straf in Nederland wil uitzitten vanwege slechte detentieomstandigheden in Servië en omdat hij Kroatië als zijn land van herkomst beschouwt. De Minister had onvoldoende blijk gegeven van een zorgvuldige belangenafweging, met name ten aanzien van de dubbele nationaliteit en de persoonlijke belangen van de veroordeelde.
De rechtbank oordeelt dat de Minister niet heeft gemotiveerd waarom overdracht aan Servië, ondanks de dubbele nationaliteit en onduidelijkheden over woonplaats en detentieregels, in het belang van een goede rechtsbedeling is. Ook is onvoldoende duidelijkheid over strafonderbreking in Servië. De bezwaren tegen de detentieomstandigheden behoeven geen nadere bespreking.
De rechtbank verklaart het bezwaar gegrond en wijst de overdracht aan Servië af, waardoor de straf in Nederland moet worden ten uitvoer gelegd.
Uitkomst: Bezwaarschrift gegrond verklaard en overdracht van gevangenisstraf aan Servië afgewezen.