De Raad voor de Kinderbescherming verzocht om ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing van een minderjarige voor respectievelijk twaalf en drie maanden wegens ernstig grensoverschrijdend gedrag en gebrek aan toezicht door de ouders. De minderjarige vertoont opstandig en seksueel grensoverschrijdend gedrag, waardoor zij zichzelf in gevaar brengt. Hulpverleningstrajecten zoals MST zijn voortijdig gestopt en de minderjarige verblijft momenteel in crisisopvang.
De ouders oefenen het gezag uit maar bieden onvoldoende toezicht en nabijheid. De vader en zijn partner kunnen door werkdruk en beschadigde relatie met de minderjarige geen adequate zorg bieden. De moeder is ambivalent over de toekomstige woonplek. De situatie wordt als zeer zorgelijk beoordeeld door de gecertificeerde instelling.
De kinderrechter acht de wettelijke criteria voor ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing vervuld. De minderjarige wordt voor twaalf maanden onder toezicht gesteld en voor drie maanden uit huis geplaatst in een jeugdhulpaccommodatie. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en mondeling uitgesproken op 26 mei 2023.