ECLI:NL:RBROT:2023:7590
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Opheffing testamentair bewind na vijf jaar wegens verantwoord beheer door erfgenaam
De rechtbank Rotterdam behandelde het verzoek van verzoekster tot opheffing van het testamentair bewind dat door erflater was ingesteld over haar erfdeel. Erflater was overleden en had in zijn testament bepaald dat verzoekster vanwege vermeende ongeschiktheid onder bewind zou staan. Inmiddels zijn ruim vijf jaar verstreken sinds het overlijden van erflater.
Verzoekster stelde dat de aanleiding voor het bewind, namelijk de financiële problemen van haar echtgenoot, is weggevallen omdat deze problemen in 2020 zijn afgewikkeld. Zowel verzoekster als belanghebbende, die als bewindvoerder was aangesteld, waren van mening dat verzoekster nu zelf de goederen verantwoord kan beheren.
De rechtbank oordeelde op grond van artikel 4:178 lid 2 BW Pro dat het verzoek tot opheffing van het bewind toewijsbaar is omdat na vijf jaar aannemelijk is geworden dat verzoekster de onder bewind gestelde goederen zelf kan besturen. De rechtbank bepaalde dat belanghebbende de goederen aan verzoekster moet overdragen en compenseerde de proceskosten, zodat iedere partij haar eigen kosten draagt. De beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Het testamentair bewind wordt opgeheven en de onder bewind gestelde goederen worden aan verzoekster overgedragen.