Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..De procedure
- het verzoekschrift, ingekomen op 7 juni 2023, met producties;
- de brief van [verzoeker] van 25 juli 2023;
- de brief van [belanghebbende 1] van 2 augustus 2023.
Rechtbank Rotterdam
Verzoeker heeft bij testamentair bewind een legaat ontvangen van zijn moeder, de erflaatster, die in 2017 is overleden. Dit bewind is ingesteld omdat verzoeker destijds ongeschikt was om zijn vermogen te beheren vanwege verslavingsproblematiek. Inmiddels is verzoeker genezen verklaard en kan hij zijn financiële zaken zelfstandig en verantwoord beheren.
De rechtbank heeft het verzoek van verzoeker om het testamentair bewind op te heffen in behandeling genomen. Gelet op artikel 4:178 lid 2 BW Pro en de bepalingen in het testament, kan het bewind na vijf jaar na overlijden van de erflaatster worden opgeheven indien aannemelijk is dat de rechthebbende zelf het vermogen kan beheren.
De rechtbank baseert haar oordeel mede op een verklaring van GGZ Rivierduinen waarin staat dat er geen bezwaren zijn tegen zelfstandig financieel beheer door verzoeker. Ook de huidige bewindvoerder, belanghebbende 1, erkent dat verzoeker in staat is zijn vermogen te beheren. De rechtbank besluit daarom het testamentair bewind op te heffen met ingang van heden.
Het subsidiaire verzoek om ontslag van de bewindvoerder en benoeming van een vervangende bewindvoerder behoeft geen beslissing meer. De proceskosten worden gecompenseerd zodat iedere partij haar eigen kosten draagt. De uitspraak wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Het testamentair bewind over het legaat van verzoeker wordt opgeheven omdat hij zijn vermogen verantwoord kan beheren.