Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..Het verdere verloop van de procedure
- de moeder met haar advocaat;
- een vertegenwoordiger van de GI, [naam03] .
Rechtbank Rotterdam
De zaak betreft een verzoek tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van twee minderjarige kinderen bij hun vader zonder gezag. De moeder heeft het ouderlijk gezag, maar de kinderen verblijven bij de vader. Eerder was de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing reeds verlengd.
De gecertificeerde instelling (GI) verzoekt verlenging van de machtiging tot het einde van de ondertoezichtstelling, met als grond dat de thuissituatie bij de moeder nog niet stabiel genoeg is voor terugplaatsing. De GI baseert dit op een verkenningsweek, observaties van beide ouders, en het feit dat de moeder het hulpverleningstraject stopzette. Ook is een persoonlijkheidsonderzoek bij de moeder in voorbereiding en onderzoekt de Raad voor de Kinderbescherming een maatregel tot beëindiging van het gezag van de moeder.
De moeder verzet zich tegen de verlenging en stelt dat zij wel degelijk stappen heeft gezet en dat de GI onvoldoende actie heeft ondernomen. Zij uit zorgen over de thuissituatie bij de vader, die door een recente melding bij Veilig Thuis worden bevestigd.
De kinderrechter overweegt dat de kinderen in een instabiele en zorgelijke situatie bij de moeder zijn opgegroeid en dat de verlenging van de machtiging noodzakelijk is in het belang van de kinderen. De rechter dringt er bij de moeder op aan samen te werken met de nieuwe jeugdbeschermer en verwacht dat de zorgen over de vader onderzocht en opgevolgd worden. De machtiging tot uithuisplaatsing wordt verlengd tot 21 oktober 2023 en de beschikking is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De machtiging tot uithuisplaatsing van de kinderen bij de vader zonder gezag wordt verlengd tot 21 oktober 2023.