Verzoekster heeft op 10 juli 2023 een verzoek ingediend tot het treffen van een voorlopige voorziening (moratorium) ex artikel 287b Faillissementswet, met het doel de ontruiming van haar woonruimte te voorkomen. De rechtbank heeft vastgesteld dat reeds eerder, op 23 september 2021, een moratorium van zes maanden was toegewezen, welke termijn inmiddels is verstreken.
Tijdens de zitting van 20 juli 2023 heeft verzoekster verklaard dat zij een netto-inkomen heeft van €1.557,02, waarvan na loonbeslag €1.168,00 overblijft, terwijl haar kale huur €1.015,69 bedraagt. Zij zoekt naar goedkopere woonruimte, maar dit blijkt moeilijk. Schuldhulpverlening gaf aan dat het minnelijk traject nog in de inventarisatiefase is en nog geen aanbod aan crediteuren is gedaan.
Verweerster heeft zich conform verklaard aan de eerdere uitspraak en is niet verschenen. De rechtbank oordeelt dat de wet geen mogelijkheid biedt tot verlenging van het moratorium boven de zes maanden. Daarom wijst zij het verzoek tot verlenging af en bepaalt dat het verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling op 12 oktober 2023 zal worden behandeld.