Verzoeker heeft bij de rechtbank Rotterdam een verzoek ingediend om een voorlopige voorziening op grond van artikel 287b, eerste lid, Faillissementswet, met het doel om de ontruiming van zijn huurwoning op te schorten. De ontruiming was bevolen in een vonnis van 27 juni 2023.
De rechtbank constateert dat sprake is van een bedreigende situatie vanwege de aangekondigde ontruiming en dat verzoeker voldoende inkomsten heeft om de huur te betalen, mede dankzij een uitkering op grond van de Participatiewet en ondersteuning van schuldhulpverlening. Tevens is beschermingsbewind aangevraagd om de financiële situatie te stabiliseren.
De belangenafweging leidt tot toewijzing van de voorlopige voorziening voor zes maanden, waarbij de huurovereenkomst wordt verlengd en de ontruiming wordt opgeschort, onder de voorwaarde dat de lopende huurtermijnen tijdig worden voldaan. Verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling ex artikel 284, tweede lid, Faillissementswet, met de mogelijkheid om later een nieuw verzoek in te dienen.