ECLI:NL:RBROT:2023:7796
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen afwijzing VOG-aanvraag wegens ontbreken spoedeisend belang
Verzoeker heeft op 10 januari 2023 een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) aangevraagd, welke op 1 maart 2023 door de minister is afgewezen. Na bezwaar is deze afwijzing op 23 juni 2023 gehandhaafd. Verzoeker stelde beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter beoordeelde of er sprake was van onverwijlde spoed die een voorlopige voorziening rechtvaardigde. Verzoeker stelde dat hij de VOG nodig had om als advocaat(stagiair/ondernemer) te kunnen solliciteren en dat de startdatum van de beroepsopleiding advocatuur (BA) op 1 maart 2023 spoedeisend was.
De voorzieningenrechter oordeelde dat er geen spoedeisend belang bestond. Verzoeker ontvangt nog een Wajong-uitkering en stelde geen actuele financiële noodsituatie. Ook was de genoemde startdatum van de BA reeds verstreken en was geen nieuw tijdstip genoemd. Er waren geen concrete aanwijzingen dat verzoeker een arbeidscontract had misgelopen door het ontbreken van de VOG.
Daarom werd het verzoek om een voorlopige voorziening kennelijk ongegrond verklaard en afgewezen. De uitspraak is gedaan zonder zitting en bindt de rechtbank in het bodemgeding niet.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de afwijzing van de VOG-aanvraag is afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.