De zaak betreft een vordering van de Vereniging van Eigenaren (VvE) tegen de eigenaar van een appartement voor betaling van achterstallige VvE-bijdragen. De eigenaar betwistte de achterstand en stelde dat hij de bijdragen steeds vooruitbetaalt. De kantonrechter oordeelde dat de eigenaar onvoldoende bewijs leverde voor vooruitbetaling en dat uit de stukken bleek dat hij de bijdragen aan het einde van de maand betaalde.
De VvE stelde dat de bijdrage over april 2023 niet was betaald, maar uit de specificatie bleek dat deze op 26 april 2023 was voldaan. De eigenaar erkende een achterstand over juni 2023. De kantonrechter veroordeelde de eigenaar tot betaling van €142,79 achterstallige bijdragen tot en met juni 2023.
De vordering tot betaling van rente en buitengerechtelijke incassokosten werd afgewezen omdat de VvE de betalingswijze van de eigenaar had gedoogd en pas recentelijk handhaafde op vooruitbetaling. De kantonrechter verklaarde het vonnis uitvoerbaar bij voorraad en adviseerde de eigenaar om voortaan vooruit te betalen om verdere procedures te voorkomen.