Uitspraak
,
Rechtbank Rotterdam
De terbeschikkingstelling van de verdachte, opgelegd wegens opzettelijk brandstichten met gevaar voor leven en goederen, is sinds 20 februari 2012 van kracht. Na eerdere verlengingen en dwangverpleging is de terbeschikkingstelling opnieuw met één jaar verlengd op 24 februari 2023.
De rechtbank behandelde op 23 mei 2023 de vraag of de terbeschikkingstelling voorwaardelijk kon worden beëindigd. De Reclassering en deskundigen rapporteerden wisselend gedrag, problematisch middelengebruik, fraude met urinetesten en een groot recidiverisico. De verdachte vertoonde onvoldoende ziekte-inzicht en viel terug bij teveel vrijheid en druk.
De officier van justitie en de verdachte zelf onderschreven het advies om de terbeschikkingstelling voort te zetten. De rechtbank oordeelde dat de veiligheid van anderen en de algemene veiligheid dit vereisen en dat de termijn niet voorwaardelijk kan worden beëindigd. De verlenging betekent dat de totale duur van de terbeschikkingstelling met dwangverpleging vier jaar overschrijdt, maar dit is toegestaan vanwege het misdrijf gericht tegen de lichamelijke integriteit.
Uitkomst: De terbeschikkingstelling wordt met één jaar verlengd en niet voorwaardelijk beëindigd vanwege het hoge recidiverisico en problematisch middelengebruik.