In deze zaak staat centraal of gedaagde de factuur van NS Reizigers voor een NS Flex abonnement en reiskosten heeft voldaan. NS Reizigers stelt dat gedaagde een bedrag van €143,24 niet heeft betaald, terwijl gedaagde betwist dit bedrag nog verschuldigd te zijn omdat zij het al heeft betaald.
De kantonrechter constateert dat gedaagde op 14 januari 2020 een bedrag van €145,91 heeft overgemaakt, maar naar een oude bankrekening van NS Reizigers. NS Reizigers heeft dit bedrag later terugbetaald aan gedaagde, maar kan dit niet aantonen. Daarom wordt NS Reizigers in de gelegenheid gesteld bewijs van terugbetaling te leveren, waarna gedaagde kan reageren.
Indien NS Reizigers niet kan aantonen dat zij het bedrag terugbetaald heeft, wordt de eis afgewezen omdat gedaagde dan voldaan heeft. Indien wel, wordt de betalingsverplichting verminderd tot €107,43, conform de sanctierichtlijn voor schending van essentiële informatieverplichtingen bij overeenkomsten op afstand.
De kantonrechter toetst ambtshalve de (pre)contractuele informatieverplichtingen en concludeert dat NS Reizigers niet heeft voldaan aan de verplichting om op een duurzame gegevensdrager voldoende informatie over de wijze van betaling te verstrekken. Dit leidt tot gedeeltelijke vernietiging van de betalingsverplichting met 25% korting.
De zaak wordt aangehouden om bewijs van betaling en ontvangst te leveren, waarna verdere beslissing volgt.